Trampolinepremie: springplank naar een nieuw begin … of valse start?
Vanaf 1 maart kunnen werknemers die na tien jaar dienst vrijwillig ontslag nemen, onder bepaalde voorwaarden, gedurende zes maanden een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het officiële doel: loopbaan-heroriëntatie vergemakkelijken. Maar de maatregel, de zogenaamde trampolinepremie, leidt nu al tot heel wat discussie.
De maatregel komt voort uit het “zomerakkoord” van de federale regering en werd intussen goedgekeurd. De zogenaamde trampolinepremie – of het recht op een herstart – introduceert een belangrijke nieuwigheid: een werknemer die vrijwillig ontslag neemt, kan in bepaalde gevallen toch recht krijgen op een werkloosheidsuitkering.
Concreet:
- De maatregel treedt in werking op 1 maart.
- Hij is toegankelijk voor werknemers die minstens 3.120 gewerkte dagen kunnen aantonen (ongeveer tien jaar loopbaan).
- Hij kan slechts één keer in de loopbaan worden gebruikt.
- De werknemer moet zijn aanvraag indienen binnen de 30 dagen na de administratieve beslissing tot uitsluiting van het genot op uitkeringen wegens werkverlating.
De uitkeringsduur bedraagt zes maanden.
Mogelijke verlenging onder voorwaarden
De periode kan met zes maanden worden verlengd als de werknemer binnen de eerste drie maanden van de uitkering start met een opleiding die leidt naar een knelpuntberoep, én die opleiding succesvol afrondt.
Het doel van de federale regering is duidelijk: mensen die zich vastgeroest voelen in hun job de kans geven zich te heroriënteren, nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en mogelijk een burn-out te vermijden.
Een maatregel die verdeelt
De trampolinepremie verdeelt de sociale partners. Sommigen vinden dat ze een fundamenteel principe ondergraaft: werkloosheid is een verzekering voor mensen die onvrijwillig hun job verliezen. Toegang verlenen tot uitkeringen na vrijwillig ontslag zou volgens hen extra kosten meebrengen voor de sociale zekerheid en ongewenste neveneffecten kunnen veroorzaken.
Anderen zien in het systeem een echte hefboom voor werknemers die zich willen omscholen, op voorwaarde dat het strikt wordt omkaderd en effectief gericht blijft op opleiding en werk.
Trampolinepremie: standpunt van de ACLVB
In principe staat de ACLVB niet achter dit mechanisme. Er bestaat namelijk een reëel risico op misbruik: een werkgever zou een ontevreden werknemer kunnen aanmoedigen om ontslag te nemen met de boodschap dat hij of zij toch zes maanden uitkeringen kan krijgen. Zo’n logica staat haaks op het fundament van onze sociale zekerheid. Werkloosheid is een verzekering die een verlies van werk opvangt dat buiten de wil van de werknemer ligt.
Toch kan de maatregel ook interessant zijn voor werknemers die zich écht willen heroriënteren. In dat licht kiest de ACLVB voor een genuanceerde houding: we blijven aandachtig voor de concrete effecten op het terrein en mogelijke misbruiken, terwijl we blijven pleiten voor een sterke, solidaire sociale zekerheid gebaseerd op duidelijke principes.