OESO-rapport treedt SYNOVA opnieuw bij: tijd voor enkele cruciale hervormingen
De toonaangevende internationale organisatie OESO heeft de tweejaarlijkse Economic Survey over België gepubliceerd, een belangrijk rapport met analyses en aanbevelingen. De focus van het rapport ligt dit jaar op vier brede thema’s: de budgettaire situatie, gezondheidszorg, klimaatverandering en industrieel beleid. Naast een diepgaande analyse, worden er een grote hoeveelheid aan belangrijke aanbevelingen aan de beleidsmakers geformuleerd, zowel op federaal als regionaal niveau.
Hoewel niet alle aanbevelingen uit het rapport van de OESO door SYNOVA gedeeld worden, is het opvallend dat de OESO ons bijtreedt in een aantal belangrijke aanbevelingen. We sommen er hier alvast vijf op die ook SYNOVA al lang naar voor schuift.
Hervorm de loonnormwet
Volgens de OESO beperkt het loonnormmechanisme de onderhandelingsruimte voor sociale partners op sectoraal niveau en in de bedrijven. Hierdoor kunnen de lonen onvoldoende aangepast worden aan verschillen in productiviteitsniveaus. Het ontbreken van loonmarge maakt het voor ondernemingen moeilijk om sterk personeel aan te trekken, terwijl een tekort aan specifieke profielen een van de grootste problemen is voor onze competitiviteit volgens de OESO. Een hervorming die de loonnorm flexibeler maakt is dan ook noodzakelijk volgens de OESO.
In de marge ondersteunt de OESO ook het G10-akkoord over het alternatief voor de centenindex, de centenindex die ook volgens de OESO te complex is en te veel administratieve lasten met zich meebrengt.
Verhoog de investeringen in opleiding
Een ander groot probleem voor de competitiviteit van in het bijzonder de industrie is volgens de OESO een tekort aan participatie aan opleiding. Slechts 41 % van de werknemers volgen op jaarbasis een opleiding. De OESO betreurt de afschaffing van de Federal Learning Account en pleit voor een nieuw instrument over de verschillende bevoegdheidsdomeinen heen. Daarnaast moeten ondernemingen meer samenwerken met de verschillende overheden om opleidingen te ontwikkelen en opleidingen moeten beter afgestemd worden op de eigenlijke noden op de arbeidsmarkt.
Implementeer een progressieve fiscale hervorming
Zoals de OESO al in eerdere rapporten aanhaalde, is er een te groot verschil in de manier waarop inkomsten uit arbeid en inkomsten uit vermogen worden belast, wat onder meer voor een sterke toename van het gebruik van managementvennootschappen heeft gezorgd. De OESO betreurt dat meerwaarde op aandelen slechts aan 10 % wordt belast en dividenden aan een vlaktaks, terwijl de belastingen op arbeid de hoogste van de OESO zijn.
Daarom beveelt de OESO opnieuw aan om inkomsten uit vermogen op een progressieve manier te belasten, exact zoals SYNOVA dit al bijna 10 jaar voorstelt. Dit moet immers resulteren in de introductie van een progressieve dual income tax
Overweeg om flexi-jobs te beperken
De OESO merkt op dat 2/3de van alle nieuw gecreëerde jobs zelfstandige jobs zijn en dat het aantal flexi-jobs is toegenomen tot ongeveer 200.000 in 2025. De verschillende fiscale en parafiscale behandeling van deze soorten jobs leidt tot een dualisering op de arbeidsmarkt en kan verhinderen dat de juiste mensen in de juiste jobs terechtkomen. Men wijst ook op potentiële negatieve effecten op vlak van fiscale ontvangsten, minder uren in de hoofdjob en tekorten in bepaalde sectoren. Als deze effecten zouden bevestigd worden, stelt de OESO voor om de gunstige fiscale behandeling bij flexi-jobs te beperken tot gepensioneerden.
Beperk en hervorm de subsidies aan ondernemingen
De OESO wijst op drie soorten subsidies en steun aan ondernemingen die ofwel te genereus, ofwel niet efficiënt zijn:
- België besteedt maar liefst 4,1 % bbp aan subsidies aan bedrijven, ofwel € 25 miljard, met voorsprong het hoogste percentage van de OESO. Daarbij zijn de loonsubsidies toegenomen van 0,4 % bbp in 2000 tot 2 % bbp in 2023, ofwel meer dan € 12 miljard, terwijl er vragen worden gesteld bij de effectiviteit hiervan. De OESO beveelt een verregaande hervorming van de subsidies aan bedrijven aan, waarbij inefficiëntie en overlap moet vermeden worden. Er is ook nood aan een mechanisme dat de subsidies op regelmatige basis evalueert en aanpast.
- In het bijzonder de subsidies voor R&D (onderzoek & ontwikkeling) zijn volgens de OESO heel inefficiënt. Ze leiden doorgaans niet tot bijkomende investeringen in R&D door bedrijven en zouden moeten hervormd en geplafonneerd worden.
- Fossiele subsidies voor onder meer professionele diesel zijn nog steeds veel te ruim en moeten volgens de OESO uitgefaseerd worden. Deze zijn goed voor 2,4 % bbp ofwel meer dan € 15 miljard.