Overslaan en naar de inhoud gaan
Home
  • Word lid
  • Actua & dossiers
  • Contact
  • Word lid
  • Ledenvoordelen
  • Over ons
nl
  • nl
  • fr
  • mySYNOVA

You are here

  1. Home
  2. Nieuws & Info
  3. Eén Stem Voor 45 Miljoen Werknemers: Hoe Het Europees Vakverbond Verschil Maakt
Opinie en interviews

Eén stem voor 45 miljoen werknemers: hoe het Europees Vakverbond verschil maakt

Gepubliceerd op
10/03/2026

ACLVB speelt als lid van het Europees Vakverbond (EVV) een actieve rol in het Europese sociaal debat. Wat zijn de uitdagingen en hoe zorgen 94 vakbonden uit 42 landen ervoor dat ze met één stem spreken? Dubbelinterview met Esther Lynch, Secretaris-Generaal van het EVV, en Olivier Valentin, Nationaal Secretaris van ACLVB.

Waarom Europa een vakbond nodig heeft

Hoe werkt het EVV? En waarom is het zo belangrijk een vakbond op Europees niveau te hebben?

Esther Lynch: Ik denk dat de kracht van het EVV in zijn diversiteit ligt. We tellen 94 vakbonden in 42 landen, verspreid over heel Europa. Ze vertegenwoordigen alle sectoren, maar ook alle manieren van vakbondswerking. Die diversiteit wordt door de EU-instellingen echt gewaardeerd. Ze is namelijk essentieel om minimale voorwaarden voor alle werknemers op het continent te garanderen en te voorkomen dat er te veel concurrentie tussen de lidstaten ontstaat.

We leggen onze visie niet op, maar stellen onze prioriteiten vast na uitgebreide gesprekken en democratische beslissingen van de leden van onze organisatie.

Wanneer we dus zeggen dat de Europese vakbonden investeringen eisen voor kwaliteitsvolle jobs, kunnen de instellingen erop vertrouwen dat wij spreken namens de 45 miljoen Europese werknemers die bij een vakbond zijn aangesloten.

Esther Lynch, Secretaris-Generaal van het EVV

Esther Lynch

Secretaris-Generaal van het EVV

Eén stem door overleg en democratie

Hoe slagen jullie erin om met één stem te spreken, terwijl jullie zulke verschillende leden vertegenwoordigen en het over zulke uiteenlopende onderwerpen hebben?

Esther: Door te doen waar vakbonden het best in zijn: de tijd nemen om te overleggen, te luisteren en te begrijpen. Iedereen heeft zijn eigen aanpak, zijn eigen manier van werken, en wat voor de ene sector of het ene land heel goed werkt, kan voor een andere sector of een ander land een ramp zijn. De kracht van het EVV is dat we hebben geïnvesteerd in mensen die precies die verschillende systemen gaan bestuderen. Als je eenmaal inzicht hebt in de verschillende systemen, problemen en eisen, kun je ideeën op tafel leggen. Ideeën waar we ons achter kunnen scharen en zeggen: “Dit gaat werken, hier gaan we allemaal voor vechten”.

Uiteraard kost dit allemaal veel tijd en overleg. Het zou een vergissing zijn om te snel te willen gaan. Want dan kom je erachter dat je iets over het hoofd hebt gezien.

Olivier: We hebben hetzelfde probleem in België. Wanneer de sociale partners in gesprek zijn met de regering, verwacht die vaak binnen twee weken een antwoord. Maar dat lukt ons niet altijd, omdat we de tijd moeten nemen om de kwestie te bestuderen en een mandaat te verkrijgen.

Om een voorbeeld te geven: in België zijn de collectieve onderhandelingen zeer gestructureerd, maar dat is niet noodzakelijkerwijs het geval in alle Europese landen. En wanneer we een onderwerp aankaarten bij het EVV, is het belangrijk een goede kennis te hebben van de verschillende systemen en van de manier waarop ze kunnen worden gebruikt om te implementeren wat we gaan bespreken.
 

Hoe word je lid van het EVV? Moet je een vakbond zijn uit een EU-lidstaat?

Esther: We verwelkomen ook vakbonden uit landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Europese Unie. Zo hebben we bijvoorbeeld twee Oekraïense vakbonden. Dat is een groot voordeel voor zowel hen als voor de Europese instellingen, omdat er gesprekken met de regering gaande zijn om vast te stellen in hoever zij klaar zijn voor toetreding. Om tot Europa te kunnen toetreden, moet er een sterke sociale infrastructuur aanwezig zijn, met sociale dialoog, respect tussen de sociale partners en respect voor de vakbonden. Dankzij onze banden met de Oekraïense vakbonden kunnen we de nodige informatie voor dit deel van het dossier verstrekken. In ruil daarvoor kunnen de Oekraïense vakbonden ook observeren hoe andere vakbonden in Europa functioneren en daar inspiratie uit putten.

Olivier Valentin: Het EVV zet in op diversiteit, maar ook op solidariteit tussen alle vakbonden. We weten dat vakbonden bij bepaalde dossiers soms in een moeilijke positie verkeren. Als we meer gewicht in de schaal kunnen leggen, kunnen helpen, dan doen we dat. Want we vertegenwoordigen een deel van de Europese democratie en hebben dus democratische legitimiteit. Ik denk trouwens dat er momenteel geen enkele democratische vakbond in Europa is die niet bij het EVV is aangesloten.

Esther: Precies, werknemers die bij een vakbond zijn aangesloten, komen bijeen om hun eisen te formuleren en die vervolgens op nationaal niveau door te geven. Het EVV probeert vervolgens te kijken waar Europa kan ingrijpen om aan die eisen tegemoet te komen, bijvoorbeeld door een omgeving te creëren die werknemers aanmoedigt om zich aan te sluiten bij een vakbond, door te streven naar meer sociale rechtvaardigheid of een rechtvaardigere samenleving. Er is dus een directe lijn, bestaand uit verschillende democratische lagen, waardoor werknemers hun stem kunnen laten horen en op alle niveaus een rol kunnen spelen in het tot stand brengen van verandering.

Vakbonden als actor in het Europese beleid

Hoe proberen het EVV en de Europese vakbonden invloed uit te oefenen op de besluitvorming in de EU?

Olivier: Vakbonden zijn actoren van verandering, maar de initiatieven komen van de Europese Commissie en de beslissingen worden genomen in het Europees Parlement en door de Europese Raad. Er zijn nu zoveel verschillende landen dat het moeilijk is om een gemeenschappelijke visie voor heel Europa te hebben en dus ook om beslissingen te nemen. De Commissie moet de verschillende lidstaten tevredenstellen, maar ook rekening houden met de allianties binnen het Europees Parlement om dit beleid te concretiseren.

Het is een moeilijke periode in een complexe wereld, maar we moeten ons concentreren op een gemeenschappelijke visie voor de toekomst. We hebben het gevoel, en de burgers zien dat ook, dat Europa niet in staat is om oplossingen te vinden, terwijl iemand als Trump de indruk wekt dat alles gemakkelijk en snel gaat, ook al is dat niet zo.

Esther: Er is inderdaad een planningsprobleem op institutioneel niveau. Een van onze eisen is de invoering van een drieledige planningsaanpak, waarbij informatie wordt verzameld over de soorten vaardigheden die nodig zijn, de soorten goederen die we gaan produceren en de diensten die we willen ontwikkelen. Zijn de openbare diensten toereikend? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen huisvesting vinden? Hoe maken we dat er voldoende ziekenhuizen zijn? Voldoende vervoer?

Al deze onderwerpen, die van fundamenteel belang zijn voor het welslagen van onze samenleving, worden onvoldoende gepland. We starten discussies over dringende problemen die moeten worden opgelost, en elke keer komen we met gedeeltelijke oplossingen. Maar er is geen visie op waar de Europese Unie over tien jaar zal staan en hoe we ervoor kunnen zorgen dat zij een ruimte blijft waarin iedereen kan slagen en de weg naar succes kan vinden.
 

Afgezien van dit gebrek aan visie, wat zijn de belangrijkste uitdagingen op Europees vlak in de huidige context?

Esther: Zoals Olivier al zei, is er in de eerste plaats het feit dat de commissarissen het met elkaar eens moeten worden, terwijl ze niet allemaal dezelfde mening hebben over het belang van vakbonden en werknemers in de EU. Momenteel zijn ze veel meer gericht op concurrentievermogen, via deregulering, dan op de kwaliteit van banen, en dat is momenteel het grootste probleem. Maar we moeten niet wanhopen. Na een lange campagne over de kwaliteit van jobs hebben we eindelijk een routekaart naar wetgeving op dit gebied, met de lancering van een raadpleging door een vice-voorzitster van de Commissie.

In het Parlement is er niet gewoon een regeringspartij en een oppositie. Over elk onderwerp moet een meerderheid overeenstemming bereiken. Door samen te werken met onze leden ontwikkelen we voorstellen, communiceren we en binnen twee à drie dagen heb ik al stemmen zien veranderen. Dus dat maakt echt een verschil.

Olivier: Het Parlement van vóór de verkiezingen van 2024 was gunstiger voor werknemers. Er was ruimte om actie te ondernemen en vooruitgang te boeken op het gebied van het minimumloon en de transparantie van lonen. Als vakbond is het nu moeilijker om die onderwerpen aan te kaarten.

Sinds een tiental jaar organiseren de vakbonden in België ongeveer elk kwartaal een bijeenkomst met de Belgische Europarlementariërs, waar wij de kans krijgen om onderwerpen die voor ons belangrijk zijn aan te kaarten. Zij vertellen ons op hun beurt over de struikelblokken binnen het Europees Parlement. Het is belangrijk te benadrukken dat onze parlementsleden zeer begaan zijn met wat we op Europees niveau kunnen doen. Over het algemeen hebben ze wel oren naar onze bezorgdheden, sommigen meer dan anderen, maar we kunnen in ieder geval op het gebied van informatie een impact hebben.

Belgisch sociaal overleg: sterk, maar onder druk

België heeft dit jaar een nieuwe federale regering gekregen. We weten dat het op het vlak van sociaal overleg niet makkelijk is geweest. Is België nog steeds een voorbeeld op dit gebied? En op Europees niveau?

Olivier: Tja, dat is moeilijk te zeggen. Ik denk dat België nog steeds een voorbeeld is van sociaal overleg tussen werknemers en werkgevers, maar niet in de dialoog met de regering. De regering heeft beslissingen genomen die zeer gunstig zijn voor de werkgevers, waardoor de onderhandelingen op interprofessioneel niveau moeilijk verlopen. Op sectoraal niveau zijn we volop aan het onderhandelen en daar boeken we resultaten. Dat stelt me in staat om optimistisch te blijven. De mensen verwachten resultaten van ons en we zijn nog steeds in staat om die te leveren. 

Ik denk bijvoorbeeld aan de maaltijdcheques, waarvoor we bijna twee jaar campagne hebben gevoerd om de waarde ervan te verhogen, en de regering heeft daar positief op gereageerd. We kunnen nu dus onderhandelen over een verhoging op sectoraal en bedrijfsniveau.

Nationaal Secretaris Olivier Valentin

Olivier Valentin

Nationaal Secretaris ACLVB

Het sociaal overleg is anders op Europees niveau dan op Belgisch niveau: in België is het meer geïnstitutionaliseerd. “We hebben overlegorganen op alle niveaus. Wanneer er onderhandelingen plaatsvinden, mondt dat uit in collectieve arbeidsovereenkomsten. Deze akkoorden tussen de sociale partners kunnen op interprofessioneel en sectoraal niveau kracht van wet krijgen. Op Europees niveau is dat helemaal niet zo gestructureerd.

Esther: Als Ierse kan ik zeggen dat we nog ver verwijderd zijn van het Belgisch niveau op het vlak van sociaal overleg. Ik ben jaloers op wat jullie hebben! Op Europees niveau slagen we er niet in de vertegenwoordigers van de werkgevers rond de tafel te krijgen om te praten over de onderwerpen die we willen bespreken. Ik ben ervan overtuigd dat we betere wetten zouden hebben als er overeenstemming zou zijn tussen werkgevers en vakbonden. We waren bijvoorbeeld heel dicht bij het sluiten van een richtlijn over telewerken en het recht om offline te zijn, maar de werkgevers zeiden vervolgens dat dit voor hen niet haalbaar was en er kwam geen akkoord.

De huidige discussies gaan meer over deregulering, alles vereenvoudigen, procedures eenvoudiger maken voor start-ups. Dat blijft abstract. Maar wanneer de discussies gaan over het afbreken van de rechten van werknemers, zal er verzet ontstaan. Op dit moment is de Europese Unie over het algemeen nog steeds een goede zaak voor werknemers, maar dat wordt steeds minder het geval. Wanneer de EU niet langer gunstig is voor werknemers, zou het naïef zijn te denken dat zij nog steeds door werknemers zal worden gesteund.
 

Bij ACLVB houden we niet van demonstreren en staken, maar geven we de voorkeur aan dialoog met werkgevers en de overheid om dingen in beweging te brengen. Is deze visie op vakbondswerk wijdverbreid in Europa, om alternatieven te zoeken voor blokkades?

Esther: Ik denk ook dat staken een laatste redmiddel moet zijn, maar het is niet aan mij om daarover te beslissen. Het is mijn taak om onze leden te steunen, ongeacht de beslissing die ze nemen. Als een vakbond besluit dat het tijd is om te gaan demonstreren, volgen we die beslissing zonder vragen te stellen. Als een vakbond andere methoden wil gebruiken om verandering teweeg te brengen, stelt het EVV ook zijn middelen ter beschikking. Het is echt aan onze leden om te beslissen welke actievorm ze kiezen.

Olivier: We merken dat onze aangesloten leden, maar ook de samenleving, andere verwachtingen hebben. We willen en moeten resultaten boeken voor de mensen die we verdedigen. En als de dialoog niet tot die resultaten leidt en we alle andere mogelijkheden hebben onderzocht, kan het gebeuren dat we tot een staking moeten overgaan. Maar we gaan ervan uit dat er geen enkel onderwerp is waarover we niet kunnen praten. Dat betekent niet dat we op dat gebied een overwinning zullen behalen, maar we openen in ieder geval de discussie. Dat is onze aanpak. We kennen de eisen van onze leden en we zijn er om gezamenlijk resultaten te bereiken die zij zelf niet individueel kunnen bereiken.

Waar wij ons ongetwijfeld onderscheiden van andere vakbonden, is dat wij vrijheid als onze belangrijkste waarde beschouwen, terwijl anderen meer belang hechten aan solidariteit. Solidariteit is ook voor ons essentieel, want zonder solidariteit is er geen vrijheid. We gaan niet op dezelfde manier te werk, maar we delen dezelfde waarden en hebben dezelfde doelstellingen.
 

En levert deze aanpak resultaten op?

Olivier: Ja, ik denk bijvoorbeeld aan maaltijdcheques. We zagen dat er een kans lag en zijn het onderwerp gaan analyseren met behulp van onze studiedienst. Vervolgens hebben we een publieke campagne gevoerd en bij de politieke partijen aangedrongen op een verhoging van de waarde van die maaltijdcheques. En kijk, we hebben gekregen wat we wilden.

Dat lukt niet altijd, maar zo zien wij het vakbondswerk van morgen, wat wij vakbond 2.0 noemen. We weten ook dat we met velen sterk staan. Hoe groter het aantal vakbondsleden in een land, op nationaal niveau, in bepaalde sectoren of bedrijven, hoe meer resultaten de vakbonden voor de werknemers boeken.

Esther: Het is duidelijk dat het aantal leden belangrijk is. Het zorgt voor een omgeving waarin bedrijven en de overheid verplicht zijn om met de vertegenwoordigers van de werknemers rond de tafel te gaan zitten om te onderhandelen over betere arbeidsomstandigheden, minimumlonen, enz. Maar we moeten ook nadenken over hoe we bedrijven kunnen belonen die de dialoog met de vakbonden aangaan en die het sociaal overleg respecteren. We moeten ervoor zorgen dat zij niet in concurrentiepositie achterblijven ten opzichte van bedrijven die niet met de vakbonden onderhandelen. Daarom strijden we er momenteel voor dat overheidsopdrachten bij voorrang worden gegund aan bedrijven die collectieve overeenkomsten hebben en kwalitatief hoogwaardige banen aanbieden. Met dit soort maatregelen kan het EVV helpen.

AI: bedreiging of kans voor werknemers?

Artificiële intelligentie, digitale platforms en automatisering worden steeds belangrijker en kunnen worden gezien als een bedreiging voor de werkgelegenheid en zelfs voor het voortbestaan van bepaalde sectoren. Hoe kunnen we de toekomst van deze bedrijven en al deze werknemers in Europa veiligstellen?

Esther: Wij vinden dat elke job een kwaliteitsvolle job kan en moet zijn. Het is onze missie om de EU ertoe aan te zetten wetten aan te nemen die hierop gericht zijn, maar ook om ervoor te zorgen dat investeringen worden gebruikt om kwalitatief hoogwaardige banen te creëren. We hebben meer dan een miljoen banen in de industrie zien verdwijnen, banen die het resultaat waren van jarenlange collectieve onderhandelingen, en de nieuwe banen die op de markt verschijnen, zijn niet van dezelfde kwaliteit. Het lijkt alsof we weer helemaal opnieuw moeten beginnen, omdat werkgevers afstand willen houden van de vakbonden om de arbeidsvoorwaarden voor deze nieuwe soorten banen te verbeteren. Allereerst moeten de vakbonden toegang krijgen tot deze werknemers, hen het belang van vakbondsvorming, collectieve overeenkomsten enz. duidelijk maken en zo het klimaat veranderen in bedrijven waar nog geen vakbonden zijn.

Wat artificiële intelligentie (AI) betreft, bespreken we binnen het EVV de invoering van een keurmerk voor bedrijven die een aantal maatregelen naleven, bijvoorbeeld dat ze AI niet mogen gebruiken om vakbonden te verzwakken. We moeten ervoor zorgen dat we niet alleen inspraak hebben in de invoering van AI in een bedrijf, maar ook dat een eerlijk deel van de winst naar de werknemers gaat. Momenteel komt de extra winst die AI oplevert slechts ten goede aan een handvol mensen, en dat maakt werknemers extra kwetsbaar. Er moet een eerlijke verdeling van de winst komen, hetzij via lonen, hetzij via fiscale rechtvaardigheid.

Olivier: Het probleem is dat AI niet noodzakelijk betere arbeidsomstandigheden voor werknemers oplevert, maar wel een hoger rendement op investeringen voor investeerders. Maar we kunnen er ook voor zorgen dat AI gunstig is voor mensen. Ik denk aan een situatie van een van onze afgevaardigden die in een callcenter werkt. Normaal gesproken worden de eenvoudigste vragen door AI afgehandeld en de ingewikkeldere door een mens. Hier identificeert het programma de stemming van de klant. Als hij boos is, wordt hij doorgestuurd naar een elektronisch formulier. Als de persoon kalm is en zich op een redelijke manier uitdrukt, stuurt de AI hem door naar een echte persoon, die dankzij de triage met minder stress zal worden opgezadeld. Dit voorbeeld laat zien dat we technologie op een positieve manier kunnen gebruiken om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. AI op zich is niet slecht, maar de manier waarop AI zal gebruikt en geïmplementeerd worden, is belangrijk..

We hebben binnen de EU een ‘AI Act’ voor veiligere artificiële intelligentie, vooral wat het gebruik van data betreft. Maar Europa moet meer autonomie opbouwen. Zo heeft een Frans bedrijf een eigen AI‑model ontwikkeld dat beter aansluit bij het Europese democratische model en de bescherming van gegevens. Dergelijke spelers moeten we sterker ondersteunen dan de Amerikaanse of Chinese modellen. Doen we dat vandaag niet, dan zal Europa te veel achterstand oplopen op die landen.

Naast de vakbonden en werkgeversorganisaties hoop ik dat ook de Europese parlementsleden een nieuwe dynamiek rond dit thema op gang brengen.

Tot slot: ik zie het op Europees niveau, maar ook op nationaal niveau komt de kwestie van de fiscaliteit steeds vaker aan bod. We hebben veel aandacht besteed aan sociale maatregelen, maar we moeten ook nadenken over de herverdeling van rijkdom. Bij de ACLVB hebben we een voorstel ontwikkeld, de Progressieve Dual Income Tax, een vorm van belastingheffing die eerlijker is tussen inkomsten uit arbeid en inkomsten uit kapitaal. Op dit moment dragen inkomsten uit kapitaal onvoldoende bij aan de collectieve inspanning. We willen dit idee op nationaal niveau uitdragen, maar ook op Europees niveau.

Gerelateerde artikelen

Groepsfoto van een veertigtal vrouwen op de trappen van het gebouw van de Confederatie van Onafhankelijke Vakbonden in Bulgarije, in het kader van een PERC-vrouwenschool over vakbondswerking en gendergelijkheid.
Actualiteit
11/10/2024

De strijd tegen gendergerelateerd geweld prioritair voor Europese vakbonden!

Lees dit artikel
Groepsfoto van Europese sociale partners, vakbondsvertegenwoordigers en politieke leiders — waaronder premier De Croo en Commissievoorzitter Von der Leyen — voor de banner van de Val Duchesse Social Partners Summit, Brussel, 31 januari 2024.
Actualiteit
31/01/2024

Europese top van sociale partners zet in op versterking van sociale dialoog

Lees dit artikel
Logo congres Europees Vakverbond in 2023
Actualiteit
21/12/2023

Samen tegen blinde besparingen

Lees dit artikel

Lees ook...

  • AI inzetten voor waardig werk: SYNOVA op de Internationale Arbeidsconferentie in Genève
  • Meta schrapt 8.000 jobs: AI mag geen excuus zijn voor sociale afbraak
  • Meer dan 1 miljoen werknemers winnen aan koopkracht, maar hervorming blijft nodig
  • ACLVB bekomt maaltijdcheques voor 140.000 bouwvakarbeiders
  • ACLVB tevreden over massale verhoging maaltijdcheques
  • Maaltijdcheques stijgen met 2 euro: ook voor jou?
Home
  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn

Hoe kunnen we helpen?

  • Ik ben werknemer
  • Ik ben werkloos
  • Ik ben ziek
  • Ik ben student/schoolverlater
  • Ik ben op pensioen
  • Onze dienstverlening

Handige links

  • Over SYNOVA
  • Waarom een nieuwe naam?
  • Vrijuit - Ledenmagazine
  • Ledenvoordelen
  • Vacatures
  • Pers

SYNOVA, altijd in je buurt

Geef je gemeente in en vind een secretariaat in jouw buurt.

  • Cookiebeleid
  • Disclaimer
  • Privacyverklaring
© SYNOVA 2026