ACLVB reageert op de verhoging van het minimumloon: “Opnieuw concreet bewijs dat sociaal overleg werkt”
Op 24 maart hebben de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten die de cao nr. 43 rond het gewaarborgd minimummaandinkomen (GGMMI) aanpast.
Vanaf 1 april 2026 stijgt het interprofessioneel minimumloon naar 2.189,81 euro bruto per maand, een verhoging met 35,7 euro.
Een vooruitgang dankzij akkoorden tussen sociale partners
Deze aanpassing vloeit voort uit de akkoorden die sociale partners in 2021 hebben gesloten, waarin een geleidelijke aanpassing van het minimumloon werd vastgelegd. Het naleven van die afspraak toont aan dat sociaal overleg concrete resultaten blijft opleveren, zelfs in een context waarin het steeds vaker onder druk staat.
Deze verhoging is het resultaat van afspraken die sociale partners samen hebben gemaakt en op langere termijn naleven. Het is opnieuw een duidelijk signaal dat de sociaal overleg in België werkt.
Concrete resultaten, ook als ze geleidelijk komen
Hoewel de directe impact van deze stijging voor veel werknemers beperkt blijft, is het signaal belangrijk.
“Niet elke vooruitgang hoeft spectaculair te zijn om nuttig te zijn. Dit soort aanpassing toont dat het, zelfs in een complexe economische context, mogelijk is om via overleg concrete resultaten te behalen”, benadrukt Truyens.
Een dynamiek om te behouden
Voor ACLVB onderstreept dit akkoord het belang van een sterk en gerespecteerd sociaal overleg. De vakbond herhaalt dat het sociaal overleg het beste instrument blijft om zowel werknemers te beschermen als economische stabiliteit te garanderen.
Wanneer vakbonden en werkgevers de tijd nemen om te onderhandelen, zijn evenwichtige oplossingen mogelijk. Dat is precies de aanpak die we moeten behouden én versterken. Het sociaal overleg is geen rem, maar een oplossing. Wie het wil omzeilen, kijkt best naar wat mogelijk is wanneer het de ruimte krijgt om te werken