Sectoren in de kijker: textiel, vervoer en maritieme activiteiten
Björn De Kerpel is sectorverantwoordelijke bij SYNOVA en bewaakt verschillende sectoren: textiel, vervoer en maritieme activiteiten. Samen goed voor 150 000 werknemers.
Hij onderhandelt niet met bedrijfsleiders maar met werkgeversfederaties, en doet dat op een manier die opvalt, ook aan de andere kant van de tafel.
Een gesprek over de binnenkant van het sociaal overleg op sectorniveau.
Maar als je ons rendement bekijkt – op basis van personeel, afgevaardigden, verkiezingsresultaten – zijn wij eigenlijk de grootste organisatie. Dat zeg ik niet om op te scheppen, maar omdat het gewoon zo is.
Je hebt ook een ongewone achtergrond voor dit werk.
Ik heb – voor ik in het vakbondswerk terechtkwam – zes jaar aan werkgeverskant gewerkt in een ziekenhuis. Dat helpt mij vandaag enorm in onderhandelingen. Ik begrijp hoe werkgevers denken en welke argumenten voor hen werken. Een werkgeverswoordvoerder zei ooit letterlijk tegen mij: ‘Ik ondervind duidelijk dat jij aan onze kant gezeten hebt.’ Dat fingerspitzengefühl is vandaag misschien wel een van mijn grootste troeven.
Niet voor het systeem
Zijn we daarin uniek als vakbond?
Toch wel. Als er namens de werkgevers een nee valt, bijvoorbeeld in de sector van het vervoer, rekent de woordvoerder van een van de andere vakbonden à la minute uit hoeveel een week staking de werkgevers zou kosten. Dat is niet hoe ik te werk ga. Ik vraag liever waaróm het nee is. Het levert veel meer op, je geraakt verder. Het maakt ook dat we SYNOVA op de kaart kunnen zetten als dé vakbond met een aparte, moderne kijk op het sociaal overleg.
Je hebt al eens buiten het officiële paritair comité om beweging gekregen in vastgelopen onderhandelingen. Hoe kijk je daar zelf naar?
Soms zit een sector muurvast, hoe vaak je ook officieel samenkomt. Dat was het geval in de bussector. In zo’n situatie ben ik er via een omweg in geslaagd een kleinere groep rond de tafel te krijgen – alleen de mensen met een echt mandaat. In dat compactere kader kon er wél iets bewegen, omdat iedereen sneller kan schakelen. Zo hebben we bijvoorbeeld maaltijdcheques kunnen binnenhalen voor autocarchauffeurs, chauffeurs leerlingenvervoer en voor de onderaannemers van de TEC in Wallonië, allemaal mensen die tot dan op nul stonden. Dat collega‑vakbonden daar soms van opkijken, is hun zaak. Ik doe het voor de werknemers, niet voor het systeem.
Is het normaal dat...
En het tweede?
De manier waarop ik de laatste onderhandeling in de bussector heb aangepakt. We zaten al maanden vast. In mijn slotpleidooi heb ik de werkgevers gevraagd om zich enkele eenvoudige vragen te stellen. Ik begon elke zin met “Is het normaal dat...”: is het normaal dat chauffeurs in Vlaanderen nog aan 0,21 euro per kilometer fietsvergoeding zitten, een bedrag dat dateert van 2012? Is het normaal dat chauffeurs bij gesplitste diensten meerdere keren per dag op eigen kosten naar hun stelplaats rijden? Het was muisstil. Iedereen noteerde. Dat zijn de momenten die je bijblijven: niet omdat je hebt gewonnen, maar omdat je voelt dat je écht gehoord wordt.
GRIP-kaart
Je hebt ook concrete tools gemaakt voor de sector.
De GRIP-kaart is daar een goed voorbeeld van. Je kan roepen ‘stop agressie’ en dreigen met stakingen. Ik heb mij echter afgevraagd: hoe kunnen we chauffeurs écht helpen? Het resultaat is een kaartje met praktische tipsover hoe je reageert op een agressieve reiziger, want agressie beantwoorden met agressie helpt niemand. In het najaar verspreiden we een versie voor reizigers, een kaart om respectvol en veilig te reizen. Dan is er ook nog de praktische gids voor een aangename werkomgeving: tien sleutels met concrete werkbladen die délégués lokaal kunnen gebruiken. Geen slogans, maar tools om mee aan de slag te gaan.
Wat motiveert jou om elke dag opnieuw te beginnen?
Het verschil maken, uiteraard. Vakbondswerk is misschien niet sexy. Het wordt negatief bekeken in de media, we komen in beeld als het over staken gaat en door bepaalde politieke partijen worden we niet ernstig genomen. Ik probeer van dat niet-sexy product toch iets te maken wat telt. Niet door hard te roepen, maar door slim te werken. Door een aanvullend pensioenplan te realiseren voor tienduizenden textielmedewerkers bijvoorbeeld. Door maaltijdcheques in te voeren voor chauffeurs die er nooit gehad hebben. Door een afgevaardigde te helpen met een handig werkblad zodat hij met een beleidsdocument naar zijn werkgever kan stappen in plaats van met losse meningen. Dát is het verschil maken.
Een laatste boodschap voor de werknemers in je sectoren?
Denk mee en werk mee. Wees die constructieve stem! Sectoraal overleg is niet iets wat achter gesloten deuren gebeurt en los staat van de werkvloer. Jullie wensen, frustraties en ideeën zijn mijn mandaat. Hoe meer wij als organisatie zichtbaar zijn – op de werkvloer, op sociale media, in de sector – hoe sterker onze stem aan de onderhandelingstafel zal klinken. We zijn op een jaar tijd gegroeid met +500% volgers op onze Facebookpagina Transport & Logistiek. Dat is geen toeval. Dat is omdat mensen zien wie we zijn en wat we doen. Laten we dat samen verder uitbouwen!