Overslaan en naar de inhoud gaan
Home
  • Word lid
  • Actua & dossiers
  • Contact
  • Word lid
  • Ledenvoordelen
  • Over ons
nl
  • nl
  • fr
  • mySYNOVA

You are here

  1. Home
  2. Nieuws & Info
  3. Sectoren In de Kijker: Textiel, Vervoer en Maritieme Activiteiten
Ledenmagazine

Sectoren in de kijker: textiel, vervoer en maritieme activiteiten

Gepubliceerd op
23/06/2026

Björn De Kerpel is sectorverantwoordelijke bij SYNOVA en bewaakt verschillende sectoren: textiel, vervoer en maritieme activiteiten. Samen goed voor 150 000 werknemers.

Hij onderhandelt niet met bedrijfsleiders maar met werkgeversfederaties, en doet dat op een manier die opvalt, ook aan de andere kant van de tafel.

Een gesprek over de binnenkant van het sociaal overleg op sectorniveau.

Björn, jij bent onze nationaal onderhandelaar binnen drie grote domeinen: textiel, vervoer en maritieme activiteiten. Hoe ziet dat er concreet uit?
Klopt. Binnen textiel ben ik actief in drie grote paritaire comités: de textielnijverheid, kleding en confectie, en de industriële wasserijen. Samen gaat dit over zo’n dertigduizend werknemers. In het vervoer gaat het over arbeiders in transport en logistiek, van personenvervoer tot goederenvervoer en goederenbehandeling. Dan is er nog het luik ‘maritiem’, maar daar zitten we zonder mandaat in het paritair comité.

Dat is enorm breed. En jij doet dat alleen?
In de officiële paritaire comités, waar het sectoraal overleg tussen vakbonden en werkgevers plaatsvindt, zit ik als enige namens SYNOVA aan tafel. In theorie zijn we de kleinste werknemersorganisatie, wat maakt dat we slechts één mandaat hebben.

Maar als je ons rendement bekijkt – op basis van personeel, afgevaardigden, verkiezingsresultaten – zijn wij eigenlijk de grootste organisatie. Dat zeg ik niet om op te scheppen, maar omdat het gewoon zo is.

Je hebt ook een ongewone achtergrond voor dit werk.
Ik heb – voor ik in het vakbondswerk terechtkwam – zes jaar aan werkgeverskant gewerkt in een ziekenhuis. Dat helpt mij vandaag enorm in onderhandelingen. Ik begrijp hoe werkgevers denken en welke argumenten voor hen werken. Een werkgeverswoordvoerder zei ooit letterlijk tegen mij: ‘Ik ondervind duidelijk dat jij aan onze kant gezeten hebt.’ Dat fingerspitzengefühl is vandaag misschien wel een van mijn grootste troeven.

Niet voor het systeem

Sommige leden denken dat jij met bedrijfsleiders onderhandelt. Hoe zit dat écht?
Dat is een veelvoorkomende misvatting. Ik zit niet met de baas van een textielbedrijf voor me, dat is het terrein van de bestendig secretarissen van SYNOVA. Ik onderhandel met de werkgeversfederatie: Fedustria voor de textielnijverheid, Creamoda voor kleding en confectie, FBT voor de wasserijen. Die federaties zijn als het ware onze stem naar hun achterban. Als wij als vakbond plannen op tafel leggen, moeten zij daarmee naar hun leden – dus werkgevers – gaan om een mandaat te krijgen. Dat betekent dat ik hen eigenlijk mee moet helpen om onze vraag te verkopen aan hun bedrijven.

En hoe doe je dat?
Vooral door motivering mee te geven. Ieder punt dat ik op tafel leg, komt met een onderbouwing: waarom vraag ik dit voor de werknemers, wat zijn de voordelen voor de sector, hoe maakt het de ondernemingen attractiever, wat lost het op? Omgekeerd, als werkgevers nee zeggen, vraag ik ook altijd waarom en wat het alternatief is. Op die manier zet je een dialoog op gang, het levert een constructieve dynamiek op.

Zijn we daarin uniek als vakbond?
Toch wel. Als er namens de werkgevers een nee valt, bijvoorbeeld in de sector van het vervoer, rekent de woordvoerder van een van de andere vakbonden à la minute uit hoeveel een week staking de werkgevers zou kosten. Dat is niet hoe ik te werk ga. Ik vraag liever waaróm het nee is. Het levert veel meer op, je geraakt verder. Het maakt ook dat we SYNOVA op de kaart kunnen zetten als dé vakbond met een aparte, moderne kijk op het sociaal overleg.

Je hebt al eens buiten het officiële paritair comité om beweging gekregen in vastgelopen onderhandelingen. Hoe kijk je daar zelf naar?
Soms zit een sector muurvast, hoe vaak je ook officieel samenkomt. Dat was het geval in de bussector. In zo’n situatie ben ik er via een omweg in geslaagd een kleinere groep rond de tafel te krijgen – alleen de mensen met een echt mandaat. In dat compactere kader kon er wél iets bewegen, omdat iedereen sneller kan schakelen. Zo hebben we bijvoorbeeld maaltijdcheques kunnen binnenhalen voor autocarchauffeurs, chauffeurs leerlingenvervoer en voor de onderaannemers van de TEC in Wallonië, allemaal mensen die tot dan op nul stonden. Dat collega‑vakbonden daar soms van opkijken, is hun zaak. Ik doe het voor de werknemers, niet voor het systeem.

Is het normaal dat...

Op welk dossier ben je het meest trots?
Er springen er twee uit. Het eerste is het sectoraal aanvullend pensioen in de textielnijverheid. Mensen vergeten weleens dat wanneer je op pensioen gaat, je inkomen fors daalt terwijl bepaalde kosten stijgen: hospitalisatieverzekering, zorg, rusthuis... De eerste pensioenpijler gaat dat niet oplossen. Dus ik heb het regeerakkoord erbij genomen. Daarin staat dat de sociale partners aangemoedigd worden om het sectoraal pensioen te versterken en ik heb dat als hefboom gebruikt. Mijn collega’s zeiden eerst dat het onmogelijk was: “Björn, we kunnen dat niet realiseren.” Ik zei: “Laat het ons proberen.” En kijk, we zijn erin geslaagd een groeipad te installeren van 1% naar 3% bijdrage op de loonmassa die in een pensioenfonds geïnvesteerd zal worden tegen 2033, stap voor stap. Voor wie in die sector werkt, betekent dat een mooi extra inkomen op het einde van de loopbaan.

En het tweede?
De manier waarop ik de laatste onderhandeling in de bussector heb aangepakt. We zaten al maanden vast. In mijn slotpleidooi heb ik de werkgevers gevraagd om zich enkele eenvoudige vragen te stellen. Ik begon elke zin met “Is het normaal dat...”: is het normaal dat chauffeurs in Vlaanderen nog aan 0,21 euro per kilometer fietsvergoeding zitten, een bedrag dat dateert van 2012? Is het normaal dat chauffeurs bij gesplitste diensten meerdere keren per dag op eigen kosten naar hun stelplaats rijden? Het was muisstil. Iedereen noteerde. Dat zijn de momenten die je bijblijven: niet omdat je hebt gewonnen, maar omdat je voelt dat je écht gehoord wordt.

GRIP-kaart

Banner week van de mobiliteit 2025

Wat typeert jouw manier van werken?

Helder communiceren en to the point zijn. Ik heb een hekel aan vergaderingen waar alles vijf keer herhaald wordt of aan holle slogans. Ik kom altijd met een B- en C-plan. Als plan A niet lukt, moet je op dat moment kunnen schakelen, niet zes weken wachten om verder te gaan.

Dat heb ik geleerd in het voetbal, waar ik lang coach ben geweest. Als je bij de rust 0-1 achterstaat, heb je niet de luxe om te wachten. Je hebt 45 minuten om het te keren. Ik probeer altijd oplossingsgericht te denken: analyseren, aanpakken, oplossen. Veel mensen blijven steken in de analyse. Aanpakken vraagt al meer moed. Maar oplossen, dat is voor wie écht resultaten wil boeken. Dé focus voor mij is om op een efficiënte manier vooruitgang bereiken.

Hoe zorg je ervoor dat wat je sectoraal realiseert ook effectief op de werkvloer aankomt?
Dat is misschien wel mijn grootste uitdaging. Ik organiseer overlegmomenten met onze bestendig secretarissen en/of afgevaardigden voor ik naar de onderhandelingstafel stap. Dan stellen we een wensenbundel op. Daarin vind je realistische wensen voor de hele sector. De terugkoppeling na afloop van onderhandelingen, ook als het niet gelukt is, is minstens even belangrijk! Als leden ontgoocheld zijn omdat iets niet gerealiseerd kon worden, verdienen ze een uitleg met goede argumenten. Niet alleen ‘het is mislukt’. Het sluit niet uit dat ze die eis op bedrijfsniveau wél kunnen proberen afdwingen.

Daarnaast zijn er ook sectorfondsen en sectorale opleidingscentra waar we als vakbond mee aan tafel zitten, zoals in de textielsector. Daar kunnen we heel concreet werken aan werkbaar werk: bedrijven stimuleren om 0,10% van hun loonmassa effectief te gebruiken, projecten beoordelen en goede voorbeelden delen. Zo ontstond in één fabriek een rustige buitenruimte voor de middagpauzes, een kleine ingreep die voor de mensen op de vloer een groot verschil maakt. Dat zijn plekken waar beslissingen echt voelbaar worden in de praktijk.

Je hebt ook concrete tools gemaakt voor de sector.
De GRIP-kaart is daar een goed voorbeeld van. Je kan roepen ‘stop agressie’ en dreigen met stakingen. Ik heb mij echter afgevraagd: hoe kunnen we chauffeurs écht helpen? Het resultaat is een kaartje met praktische tipsover hoe je reageert op een agressieve reiziger, want agressie beantwoorden met agressie helpt niemand. In het najaar verspreiden we een versie voor reizigers, een kaart om respectvol en veilig te reizen. Dan is er ook nog de praktische gids voor een aangename werkomgeving: tien sleutels met concrete werkbladen die délégués lokaal kunnen gebruiken. Geen slogans, maar tools om mee aan de slag te gaan.

Wat motiveert jou om elke dag opnieuw te beginnen?
Het verschil maken, uiteraard. Vakbondswerk is misschien niet sexy. Het wordt negatief bekeken in de media, we komen in beeld als het over staken gaat en door bepaalde politieke partijen worden we niet ernstig genomen. Ik probeer van dat niet-sexy product toch iets te maken wat telt. Niet door hard te roepen, maar door slim te werken. Door een aanvullend pensioenplan te realiseren voor tienduizenden textielmedewerkers bijvoorbeeld. Door maaltijdcheques in te voeren voor chauffeurs die er nooit gehad hebben. Door een afgevaardigde te helpen met een handig werkblad zodat hij met een beleidsdocument naar zijn werkgever kan stappen in plaats van met losse meningen. Dát is het verschil maken.

Een laatste boodschap voor de werknemers in je sectoren?
Denk mee en werk mee. Wees die constructieve stem! Sectoraal overleg is niet iets wat achter gesloten deuren gebeurt en los staat van de werkvloer. Jullie wensen, frustraties en ideeën zijn mijn mandaat. Hoe meer wij als organisatie zichtbaar zijn – op de werkvloer, op sociale media, in de sector – hoe sterker onze stem aan de onderhandelingstafel zal klinken. We zijn op een jaar tijd gegroeid met +500% volgers op onze Facebookpagina Transport & Logistiek. Dat is geen toeval. Dat is omdat mensen zien wie we zijn en wat we doen. Laten we dat samen verder uitbouwen!

Gerelateerde artikelen

Ledenmagazine
23/06/2026

98,58% zegt ja aan onze nieuwe toekomst. En hoe!

Lees dit artikel
Ledenmagazine
02/06/2026

30 mei 2026 in beeld: de geboorte van SYNOVA en een nieuwe traditie

Lees dit artikel
Ben Verbergt, ACLVB-afgevaardigde chemie
Ledenmagazine
24/03/2026

Strenge normen zijn nodig, maar wat als wij de enigen zijn die ze volgen?

Lees dit artikel

Lees ook...

  • Schrappen van 1.000 opvangplaatsen: SYNOVA hekelt een brutale beslissing met dramatische menselijke en sociale gevolgen
  • Geen ervaring zonder eerste job. Geen eerste job zonder ervaring?
  • Verizon Belgium en vakbonden bereiken een sociaal akkoord tot 2028
  • Papier- en kartonbewerking: Sectorakkoord rond flexi-jobs vanaf 1 oktober 2026
  • Nationaal Voorzitter Gert Truyens over de nieuwe koers en de naam SYNOVA
  • Wanneer vakantie geen vakantie meer is
Home
  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn

Hoe kunnen we helpen?

  • Ik ben werknemer
  • Ik ben werkloos
  • Ik ben ziek
  • Ik ben student/schoolverlater
  • Ik ben op pensioen
  • Onze dienstverlening

Handige links

  • Over SYNOVA
  • Waarom een nieuwe naam?
  • Vrijuit - Ledenmagazine
  • Ledenvoordelen
  • Vacatures
  • Pers

SYNOVA, altijd in je buurt

Geef je gemeente in en vind een secretariaat in jouw buurt.

  • Cookiebeleid
  • Disclaimer
  • Privacyverklaring
© SYNOVA 2026