AI en milieu: de werkelijke kost van technologie
AI en milieu: de verborgen kost van technologische vooruitgang
Op 2 maart bracht het Forum BRISE afgevaardigden van de drie Brusselse vakbondsorganisaties (SYNOVA, ABVV en ACV) samen rond een belangrijke uitdaging: inzicht krijgen in de impact van generatieve artificiële intelligentie op ons milieu en onze samenleving. Achter de belofte van innovatie gaat immers een minder zichtbare realiteit schuil. De snelle groei van de digitale sector botst steeds vaker op de fysieke grenzen van onze planeet.
De mythe van een immateriële digitale wereld
Digitale technologie wordt vaak voorgesteld als een “schone” oplossing, maar is allesbehalve milieuneutraal. Vandaag is de digitale sector verantwoordelijk voor naar schatting 3 tot 6 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen.
Sinds de jaren 1950 heeft deze technologische “grote versnelling” bovendien een zware druk gelegd op ecosystemen. Tegelijk blijven economische modellen die gericht zijn op voortdurende groei van het bbp de ecologische grenzen grotendeels buiten beschouwing laten.
Generatieve AI vraagt veel energie
Met de opkomst van generatieve AI, zoals de GPT-modellen, neemt het energieverbruik van digitale technologieën een nieuwe omvang aan. Sommige toepassingen verbruiken relatief weinig energie, maar bij complexere taken loopt dat snel op. Zo kan het genereren van een afbeelding tot 10 kWh verbruiken, een veelvoud van het energieverbruik van eenvoudiger opdrachten. Ook het produceren van enkele duizenden tekens programmeercode kan in enkele seconden meerdere kilogram CO₂-uitstoot veroorzaken. Volgens sommige prognoses zou het energieverbruik van datacenters daardoor binnenkort hoger kunnen liggen dan dat van traditionele communicatienetwerken.
Schaarse grondstoffen en geopolitieke spanningen
Naast de energievraag stelt ook het gebruik van grondstoffen grote uitdagingen. De ontwikkeling van digitale technologie steunt op zeldzame metalen zoals kobalt en lithium. De ontginning ervan leidt niet alleen tot milieuschade, maar voedt ook geopolitieke spanningen en roept belangrijke ethische vragen op, vooral in Centraal-Afrika. Tegelijk blijft Europa sterk afhankelijk van grote Amerikaanse technologiebedrijven, wat vragen oproept over digitale soevereiniteit en de veerkracht van de eigen infrastructuur.
Op weg naar een duurzamere digitale sector
Volgens de deelnemers aan het forum is een kritische blik op de digitale transitie noodzakelijk. Dat toestellen en software vaak zo worden ontwikkeld dat ze sneller vervangen moeten worden, is ecologisch moeilijk te verantwoorden. Alternatieven zijn er wel: inzetten op herstelbaarheid, duurzame ondernemingen ondersteunen en kiezen voor gerichtere AI-toepassingen die minder energie verbruiken.
De ecologische transitie kan volgens hen niet gebouwd worden op blind technologisch optimisme. Ze vraagt om duidelijke politieke keuzes, onder meer over welke digitale toepassingen prioritair zijn. Vakbonden hebben daarbij een belangrijke rol te spelen door deze uitdagingen op te nemen in hun strategieën en een ontwikkelingsmodel te verdedigen dat zowel werknemers als het milieu respecteert.
Conclusie
Digitale technologie en artificiële intelligentie zijn verre van immaterieel. Zonder duidelijke grenzen of regulering dreigt hun voortdurende uitbreiding elke technologische vooruitgang om te zetten in een ecologische schuld die de planeet steeds moeilijker kan dragen.