Welke toekomst voor de Brusselse jeugd?
De zelfstandigheid van Brusselse jongeren staat onder druk. Werkloosheid, onzekere contracten, hoge woonkosten, discriminatie en moeilijke toegang tot sociale rechten maken het steeds moeilijker om een stabiele toekomst uit te bouwen. Voor SYNOVA is het duidelijk: jongeren mogen niet verantwoordelijk worden gesteld voor een arbeidsmarkt die te weinig stabiele, toegankelijke, kwalitatieve en correct betaalde jobs biedt.
Brusselse jongeren mogen niet de speelbal worden van de arbeidsmarkt, noch het slachtoffer van besparingsbeleid. Minder rechten creëren geen jobs. Daarom moeten we investeren in begeleiding, opleiding en duurzame, kwaliteitsvolle en toegankelijke jobs. Zo creëren we de voorwaarden waarin jongeren met vertrouwen en ambitie naar de toekomst kunnen kijken.
Om die toekomstperspectieven waar te maken, moeten we eerst goed begrijpen met welke uitdagingen jongeren vandaag worden geconfronteerd. Nog te veel Brusselse jongeren botsen op grote drempels om een opleiding te volgen, werk te vinden en een duurzame loopbaan uit te bouwen.
- Steeds meer jongeren vinden geen werk
Eind september 2026 waren 100.198 werkzoekenden ingeschreven bij Actiris. Dat zijn er 5,8 procent meer dan een jaar eerder. De Brusselse werkloosheidsgraad bedroeg 16,1 procent. Vooral bij jongeren onder de 25 jaar is de situatie zorgwekkend. Hun aantal steeg op één jaar tijd met 15,2 procent, goed voor 1.665 extra jonge werkzoekenden. [1]
Maar ook jongeren die wel werk vinden, hebben niet altijd zekerheid. Velen werken met tijdelijke contracten, via interimkantoren of in deeltijd, of hebben wisselende uurroosters, terwijl ze eigenlijk meer uren zouden willen presteren. Die onzekerheid maakt het moeilijk om een opleiding te volgen, een woning te vinden of een zelfstandig leven op te bouwen. Bovendien bouwen zij minder sociale rechten op, bijvoorbeeld voor werkloosheidsuitkeringen of hun pensioen.
- Minder rechten zorgen niet voor meer jobs
Sinds 1 maart 2026 zijn inschakelingsuitkeringen beperkt tot één jaar. [2] Wie zijn uitkering verliest, vindt daarna echter niet vanzelf een job, een passende opleiding of een betaalbare woning. SYNOVA vindt daarom dat jongeren ook na het einde van hun uitkering recht moeten hebben op begeleiding. De toegang tot de dienstverlening van Actiris moet gegarandeerd blijven. Daarnaast zijn extra middelen nodig voor de OCMW's, de lokale werkwinkels, organisaties voor arbeidsinschakeling en verenigingen die jongeren op het terrein ondersteunen.
- Te veel jongeren vallen tussen de mazen van het net
In 2025 had 12,8 procent van de Brusselse jongeren tussen 15 en 29 jaar geen werk en volgde geen onderwijs of opleiding. Dat ligt duidelijk hoger dan het Belgische gemiddelde van 9,8 procent. [3] De oorzaken zijn vaak complex: vroegtijdig schoolverlaten, financiële problemen, slechte huisvesting, niet-erkende diploma's, discriminatie, mentale gezondheidsproblemen of een gebrek aan vertrouwen in instellingen. Meer controle alleen zal dit probleem niet oplossen. Brussel heeft nood aan een aanpak die dicht bij jongeren staat en werk, opleiding, huisvesting, welzijn en gezondheid met elkaar verbindt. Daarbij moet volop gebruik worden gemaakt van de kennis en ervaring van organisaties die elke dag met jongeren werken.
- Studentenjobs mogen geen volwaardige jobs vervangen
Voor veel jongeren is een studentenjob vandaag geen extraatje meer, maar een noodzaak om rond te komen of het gezinsinkomen aan te vullen. Studenten mogen per kalenderjaar 650 uur werken tegen verminderde sociale bijdragen.[4] SYNOVA vindt dat studentenjobs combineerbaar moeten blijven met lessen en examens. Jongeren moeten duidelijk geïnformeerd worden over hun rechten. Ook de vaardigheden die zij tijdens hun studentenjob verwerven, verdienen meer erkenning. Daarnaast is meer controle nodig om misbruik van studentencontracten tegen te gaan. Studentenarbeid mag nooit gebruikt worden om gewone jobs te vervangen door goedkopere arbeidskrachten.
- Discriminatie blijft een rem op kansen
Discriminatie blijft een belangrijk obstakel voor jongeren op de Brusselse arbeidsmarkt. Uit de meest recente regionale cijfers van Unia blijkt dat 43 procent van de Brusselse discriminatiedossiers betrekking heeft op werk. Het gaat om 208 dossiers, het hoogste aantal in vijf jaar tijd. [5] Ook het jaarverslag van Unia over 2025 bevestigt dat discriminatie bij de toegang tot de arbeidsmarkt een hardnekkig probleem blijft.[6] Discriminatie melden moet eenvoudiger worden. Praktijktesten moeten verder worden uitgebreid en slachtoffers moeten beter worden begeleid. Werkgevers moeten bovendien kritisch kijken naar taalvereisten, diplomavereisten en digitale vaardigheden die zij vragen. Zijn die echt noodzakelijk voor de functie? Investeren in opleiding op de werkvloer kan veel drempels wegwerken.
Ook overheidssteun aan bedrijven mag niet vrijblijvend zijn. Wie steun ontvangt van het Brussels Gewest, moet daar concrete inspanningen tegenover stellen: duurzame jobs voor Brusselaars, kansen voor jongeren, meer diversiteit en respect voor sociale en ecologische normen.
De prioriteiten van SYNOVA
SYNOVA vraagt:
[1] Actiris, De maandelijkse cijfers van de bij Actiris ingeschreven werkzoekenden, gegevens van september 2026, gepubliceerd op 6 oktober 2026
[2] RVA, Hervorming van de werkloosheidsreglementering, bijgewerkt in september 2026; infoblad T33, bijgewerkt op 24 september 2026
[3] Statbel, Jongeren zonder werk en zonder opleiding: 9,8% in 2025, gepubliceerd op 26 maart 2026.
[4] RSZ, Student at Work: urenpakket en impact, geraadpleegd in oktober 2026
[5] Unia, Brussels rapport 2024, gepubliceerd op 3 oktober 2025. Dit is de meest recente beschikbare gedetailleerde regionale publicatie
[6] Unia, Jaarverslag 2025, gepubliceerd op 18 juni 2026