Mobiliteitsbudget: sociale partners bereiken akkoord over belangrijk advies
De sociale partners hebben binnen de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een gezamenlijk advies uitgebracht over belangrijke hervormingen aan het mobiliteitsbudget. De Arizonaregering wil vanaf 1 januari werkgevers verplichten om het mobiliteitsbudget aan te bieden aan alle werknemers die een bedrijfswagen hebben of er recht op hebben. Vandaag is dat nog een gunst, geen verplichting.
De Arizonaregering voorziet wel een aantal uitzonderingen en uitsluitingen. Zo geldt de verplichting niet voor ondernemingen met minder dan 15 werknemers, iets wat wij als vakbond betreuren, en krijgen bedrijven met minder dan 50 werknemers uitstel tot 31 december 2027. Daarnaast kan een werkgever bepaalde functies, zoals commerciële of andere mobiele functies, verplichten om te kiezen voor een (elektrische) wagen in pijler 1.
Ter herinnering: het mobiliteitsbudget laat werknemers toe om een bedrag te besteden dat overeenkomt met de total cost of ownership (TCO) van een bedrijfswagen aan drie pijlers:
Pijler 2
Een hele reeks duurzame vervoersmiddelen zoals fiets, openbaar vervoer, deelauto’s, enz. Onder voorwaarden kunnen ook huisvestingskosten worden ingebracht.
In het gezamenlijke NAR‑CRB‑advies worden nog een reeks flankerende hervormingen aanbevolen aan de regering, onder meer rond de bestedingsmogelijkheden in pijler 2. Het advies bestaat uit drie onderdelen:
Bijsturing van de administratieve complexiteit
Het advies stelt verschillende administratieve vereenvoudigingen voor, zodat meer werkgevers het mobiliteitsbudget effectief zouden invoeren en zo bijdragen aan een duurzame modal shift, zonder dat het een nieuwe vorm van loonoptimalisatie wordt.
Zo wordt voorgesteld om de berekening van de TCO te vereenvoudigen via de leasingmaatschappijen. Ook zouden niet‑elektrische deelwagens nog tot 1 januari 2030 toegelaten blijven binnen het mobiliteitsbudget. Sinds 1 januari 2026 mag dat eigenlijk niet meer, maar het aanbod elektrische deelwagens blijkt vandaag met 29% nog te beperkt.
Bijsturen van de ongelimiteerde mogelijkheid om huisvestingskosten in te brengen
Werknemers die binnen 10 km van het werk wonen of minstens de helft van de tijd thuiswerken, kunnen vandaag onbeperkt huisvestingskosten inbrengen in pijler 2, volledig vrij van belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Dit gaat zowel om de aflossing van hypothecaire leningen als huur. Uit cijfers van marktspelers blijkt ook dat het grootste deel van het mobiliteitsbudget hieraan wordt besteed.
Aangezien gevreesd wordt voor enerzijds verregaande fiscale en parafiscale loonoptimalisatie en anderzijds opwaartse prijseffecten op de koop- en huurmarkt, wordt gevraagd de mogelijkheid om huisvestingskosten in te brengen in het mobiliteitsbudget te beperken tot maximaal 50% van het beschikbare mobiliteitsbudget. En dit vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet, wellicht dus 1 januari 2027.
Bijsturen van het minimumaanbod in pijler 2 van het mobiliteitsbudget
Vandaag moet een werkgever slechts één bestedingsmogelijkheid aanbieden in pijler 2 om wettelijk in orde te zijn. Daarom bevelen de Raden ten sterkste aan dat werkgevers op ondernemingsniveau in dialoog gaan over de bestedingsmogelijkheden in pijler 2, om in deze pijler een aantal opties voor te stellen die aansluiten bij de behoeften van de werknemers. Ook zullen de Raden de opvolging van deze aanbeveling in de praktijk monitoren en in de loop van 2029 evalueren.
Bijdrage aan een duurzame modal shift
De ACLVB heeft actief deelgenomen aan deze werkzaamheden en onderschrijft het belang van dit advies. De voorgestelde hervormingen moeten leiden tot een sterker gebruik van het mobiliteitsbudget en zo bijdragen aan een duurzame modal shift. Tegelijk moeten ze vermijden dat het mobiliteitsbudget wordt ingezet als instrument voor fiscale of parafiscale loonoptimalisatie. Wij gaan ervan uit dat de Arizonaregering het sociaal overleg respecteert en de voorgestelde hervormingen integraal omzet in wetgeving.