Strenge normen zijn nodig, maar wat als wij de enigen zijn die ze volgen?
Ben Verbergt (34) vertelt zijn verhaal rustig, bijna bedachtzaam, maar met een ondertoon van bezorgdheid die nooit helemaal verdwijnt. Al meer dan tien jaar werkt hij als elektrisch onderhoudstechnieker bij Ineos Inovyn. “Ik doe dat nog altijd heel graag,” zegt hij. “Ik ben niet van plan te vertrekken, tenzij het moet. En ik hoop vooral dat dat niet gebeurt.” Thuis wachten zijn partner en hun zoontje; binnenkort verhuizen ze naar een huis omdat het appartement te klein wordt.
Je bent ook syndicaal afgevaardigde. Hoe is dat gekomen?
“Zes à zeven jaar geleden heb ik mij kandidaat gesteld. Er zijn wel vakbondsleden bij ons, maar ze zijn dun gezaaid. Ik vond het interessant om daar deel van uit te maken. En omdat we zo weinig zijn, zat ik vrij snel in de ondernemingsraad. Tot nu toe steek ik daar nog steeds graag mijn energie in. Je doet het voor de mensen.”
Onzekerheid in de chemie
De sector zit volgens Ben al zo’n vier jaar in een moeilijke periode. “De verkoopprijzen van onze producten zijn bijzonder laag. Rondom ons zie je bedrijven sluiten, tijdelijk stoppen of delen verkopen.” Via de ondernemingsraad werd het hem duidelijk dat het ging om concurrentie met Amerika en Azië. “Wij hebben in Europa strenge regelgeving. Dat is goed voor klimaat en gezondheid. Maar het nekt ons ook. Onze energieprijzen zijn blijkbaar twee tot drie keer hoger dan in de VS, onze tariefregeling is minder streng dan elders en we betalen stevige CO₂-taksen. Dat maakt produceren duur. En als je niet kunt concurreren, stopt het gewoon.”
Die onzekerheid weegt op iedereen.
Collega’s stellen vragen, en als afgevaardigde probeer je te antwoorden. Maar na vier jaar kun je moeilijk blijven zeggen dat het tijdelijk is.
Een open brief
Op een bepaald moment besloot Ben zelf iets te doen. “Ik dacht: iedereen probeert al beleidsmakers duidelijk te maken dat er iets moet gebeuren. Misschien moeten werknemers ook eens van zich laten horen. Wij zijn wel degenen die er werken. In Europa gaat het over meer dan een miljoen banen. Als dat allemaal zou wegvallen … dat is een catastrofe voor Europa.”
Hij stelde een open brief op waarin hij zijn eigen situatie en die van zijn collega’s beschreef. “Een concrete oplossing kon ik niet geven, maar wel de vraag om dringend werk te maken van eerlijke concurrentie. Anders verliezen we onze industrie.”
Hoe kreeg je die brief verspreid?
“In het begin heel eenvoudig via mail, maar dat ging traag. Tot ik mensen vond met een groter netwerk. Zij hebben de brief gedeeld op LinkedIn, en toen is het echt beginnen te lopen. Ik kreeg reacties uit Frankrijk, Duitsland, Zweden, Finland, Italië, Spanje, … in totaal een twaalftal Europese landen. Dat was indrukwekkend: mensen die ik niet ken, uit landen waar ik nog nooit geweest ben, die dezelfde bezorgdheden delen.”
De Europese industrietop
Op 11 februari mocht Ben aanwezig zijn op de CEFIC-conferentie in Antwerpen, een Europese top over industrie. “We hadden daar ook wel op gemikt. En Ineos heeft dat kunnen regelen. We waren met dertig werknemers van verschillende bedrijven: BASF, Bayer, Covestro… We droegen onze werkkledij - onze zogenaamde battle dress - om zichtbaar te zijn.” Grote namen waren aanwezig: CEO’s van Europese chemiebedrijven, premier Bart De Wever, Europese Commissievoorzitster Ursula von der Leyen. Later kwamen ook de Franse president en de Duitse bondskanselier langs.
Ben kon zijn brief persoonlijk overhandigen aan de premier. “Hij zei dat hij hem gelezen had en dat hij zijn best ging doen. Ik voelde oprechtheid. Dat deed deugd.” Wat hem vooral opviel: “Alle CEO’s vertelden exact wat ik in mijn brief had geschreven. Dat bevestigde dat iedereen weet waar het probleem zit.”
Waarom geen staking?
Ben koos bewust voor een open brief en niet voor harde acties. “In ons bedrijf is er geen vraag naar staken. Mensen zijn wel bezorgd, maar willen niet stoppen met werken. En in een digitaal tijdperk bereik je met sociale media veel meer dan met het uitdelen van pamfletten. Er zijn veel meer manieren om je boodschap duidelijk te maken dan door bijvoorbeeld te staken.”
Hoop op verbetering
Na de top wacht iedereen op concrete maatregelen. “Ik kijk er positief op terug. Ik heb beleidsmakers gezien die echt iets willen doen. Ik hoop spoedig een positieve boodschap te horen.”
Wat wil je nog zeggen aan je collega’s?
“Ik hoop dat ze het nog even volhouden. Ik geloof dat de chemie en alle industrieën die ervan afhangen zullen heropleven. Dat geloof ik echt. Het is al lang moeilijk, en misschien wordt het nog even erger, maar we hebben onze industrie nodig. Met de juiste beleidskeuzes komt dat goed.”
De ambitieuze sociale richtlijnen van Europa bestaan met een duidelijke bedoeling: ze moeten zorgen voor eerlijke arbeidsomstandigheden en een sterke sociale basis. Ook over de strenge Europese milieunormen is Ben duidelijk: “Die zijn er met een reden. We willen onze planeet beter maken. Want we zien onze ijskappen smelten, we zien wateren vervuild worden, we zien bossen verdwijnen, dieren verdwijnen. Er valt genoeg over te zeggen. Maar Europa kan dat niet alleen. Als wij streng zijn en de rest van de wereld niet, dan creëer je oneerlijke concurrentie. En dan kunnen bedrijven hier niet meer innoveren omdat ze het geld niet hebben. Dat is het echte probleem.”
Ben besluit: “Ik heb niet alle antwoorden. Maar ik weet wel dat we moeten zorgen dat de CO₂-uitstootregels eerlijk zijn en dat we geen CO₂ blijven importeren via producten uit Amerika en China. Anders blijven we dweilen met de kraan open.”
Update
Op de Europese top van 19 en 20 maart in Brussel - enkele weken na dit gesprek met Ben - ging het onder meer over het versterken van de Europese concurrentiekracht. Voor ACLVB moet de economie snel verduurzaamd worden om jobs en welvaart in Europa te behouden. Begeleidende maatregelen moeten de koopkracht van werknemers en huishoudens op peil houden, steun aan bedrijven dient garanties te bieden voor tewerkstelling en milieu, en import moet voldoen aan dezelfde hoge sociale en milieunormen als Europese producten.