Komt er nog een Europees industrieel beleid?
Op 9 mei 1950, vandaag 75 jaar geleden, lanceerde Robert Schuman zijn plan om de Franse en Duitse kolen- en staalproductie gemeenschappelijk te beheren in wat de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal zou gaan heten. Daarmee bracht hij de bal aan het rollen van het Europese succesverhaal: vrede door steeds verdergaande economische integratie en samenwerking. Hoewel de bevoegdheden en middelen van de EGKS nog veel beperkter waren dan die van de EU, is het goed om erbij stil te staan dat deze voorloper was opgericht om industrieel beleid te voeren, dat de vakbonden in al haar bestuursorganen zetelden. Het mag niet verwonderen dat deze instelling meteen ook de bevoegdheid kreeg om steun en opleiding te voorzien voor mijnwerkers en staalarbeiders die door technische vooruitgang niet meer aan de bak zouden komen.
Industrie onder druk: uitdagingen van vandaag
Heden ten dage is de nood aan een duidelijk Europees industriebeleid niet kleiner. De Europese industrie krijgt het sinds de energiecrisis hard te verduren. De digitale en groene transitie stellen nieuwe eisen, en de (oneerlijke) concurrentie van buiten de Europese Unie wordt groter. De klassieke industriële sectoren hebben het moeilijk om zich aan te passen, maar ondervinden ook negatieve gevolgen van het ontbreken van een toereikend Europees en nationaal industrieel en economisch beleid.
De nood aan een krachtig Europees investeringsbeleid
Het wordt dan ook dringend tijd dat er werk wordt gemaakt van een sterk industrieel en economisch beleid, waarbij er onder meer rekening moet gehouden worden met de aanbevelingen uit het fameuze Draghi rapport. Prioritair daarbij is een significante verhoging van de investeringen in de EU, in het bijzonder de overheidsinvesteringen. Wat snel doorgevoerd kan worden voor defensie-investeringen, moet ook op structurele basis mogelijk worden gemaakt voor andere vormen van productieve overheidsinvesteringen, met prioritaire focus op investeringen in decarbonisatie. In eerste instantie is er nood aan een alternatieve behandeling van overheidsinvesteringen in de uitgavennorm. Dit zal echter niet volstaan, een volwaardige Europese budgettaire capaciteit is de enige garantie op een toereikende financiering voor de noodzakelijke verhoging van de publieke investeringsgraad. Deze dient gefinancierd te worden door de uitgifte van euro-obligaties.
Ook de privésector heeft een belangrijke rol te spelen in de noodzakelijke verhoging van de investeringen en zal hierbij ondersteund worden door de overheid. Er dient echter voldoende conditionaliteit verbonden te worden aan de steunmaatregelen aan ondernemingen. De investeringen waarvoor deze gebruikt worden moeten bijdragen aan de groene transitie en moeten duurzame jobcreatie garanderen. In dat kader is het ook belangrijk dat duurzaamheidscriteria veel belangrijker worden bij de criteria voor het toekennen van openbare aanbestedingen, opdat Belgische en Europese ondernemingen niet langer enkel op basis van kostprijs moeten concurreren.
Investeer in mensen: scholing en arbeidsmarktbeleid als hefboom
Het is vandaag opnieuw noodzakelijk dat er wordt geïnvesteerd in menselijk kapitaal en dat werknemers beter worden begeleid in de transitie. Terwijl er een nijpend tekort blijft aan onder meer technisch geschoold personeel, dreigen bepaalde groepen werknemers uit te boot te vallen ten gevolge van de impact van de dubbele transitie en de problemen in de industrie. Zowel op EU-niveau als nationaal niveau dienen initiatieven te worden ontwikkeld die bijdragen aan een sterk arbeidsmarktbeleid en een doorgedreven opleidingsoffensief. Hierbij is ook sociaal overleg cruciaal, opdat er een rechtvaardige transitie kan worden gerealiseerd.
Ten slotte moet er zowel intra-EU als extra-EU een gelijk level playing field gecreëerd worden in het kader van de klimaattransitie, waarbij sociale, ecologische en fiscale standaarden de norm vormen en deze ook verwacht worden van onze handelspartners. Zoniet ontstaat een ongelijk internationaal speelveld. Het valt dan ook sterk te betreuren dat de Europese Commissie via het Omnibuspakket waardevolle initiatieven zoals CSRD en CSDDD sterk wil afzwakken. De EU moet net een voortrekkersrol blijven spelen en ervoor zorgen dat Europese ondernemingen via een sterke duurzaamheidsagenda een comparatief voordeel opbouwen ten aanzien van niet-Europese ondernemingen.