Iemands dag goedmaken, dat is het allerbelangrijkste
Niet simpel. Onmisbaar.
“Nog altijd veronderstellen te veel mensen dat maatwerk beschutte werkplaatsen zijn voor mensen die gehandicapt zijn. Dat het simpel werk is voor simpele mensen. Sommigen denken dat we hele dagen plakkertjes zitten te kleven of dat onze job een bezigheidstherapie is. Maar dat klopt niet. Er zijn hier mensen die een ledemaat missen, mensen die hersteld zijn van kanker. Ze zijn wél capabel, ze passen gewoon niet in het stramien van een gewoon bedrijf. Maatwerkbedrijven zijn echt bedrijven binnen de industrie die heel wat verwezenlijken.” Lorenzo somt de afdelingen van Forena op: hout, recyclage, textiel, elektro, handling, …
Dankzij maatwerkbedrijven blijven ook heel wat bedrijven nog in ons land. Zonder maatwerk zou de kost te hoog worden en zouden ze nog meer uitwijken naar Oost-Europa of Azië. Maatwerk is eigenlijk onmisbaar.
.” Ook in enclaves - waar maatwerkers binnen gewone bedrijven werken - ziet Lorenzo het onrecht. “De reguliere werknemers van die bedrijven staan soms versteld als ze mijn collega’s bezig zien: ‘Amai, jullie moeten best hard werken!’ Terwijl onze mensen soms aan de helft van het loon hetzelfde of meer doen. Er heerst nog veel onwetendheid, en die vooroordelen … ik vind dat erg.”
Van lijst trekken tot drie mandaten
Tot 2015 zat Lorenzo bij een andere vakbond. Dan klopte SYNOVA, toen nog ACLVB, bij hem aan. “Ik had zoiets van: als ik er echt voor ga, dan wil ik direct de lijst trekken.” Ze gingen akkoord. Bij de sociale verkiezingen van 2016 haalden ze meteen twee mandaten in het CPBW en één in de Ondernemingsraad. Sindsdien groeide de aanhang. “Intussen hebben we drie mandaten in de Ondernemingsraad, van één naar drie. En we zijn de vakbond met de meeste voorkeurstemmen. Daardoor zie je dat de mensen in je geloven. Maar je moet dat vertrouwen ook waarmaken. Elke dag opnieuw.”
De aanpak van SYNOVA past hem als gegoten.
We zijn zeer vrij in doen en laten. Het is niet zoals bij andere vakbonden, dat er gedicteerd wordt van hogerhand wat er al dan niet gezegd mag worden. Maar we dragen de waarden en normen van SYNOVA hoog in het vaandel. Geen politieke binding, respect voor ieders overtuiging. Wij komen uit voor onze mening zonder druk van bovenaf. Dat vind ik enorm belangrijk.
En die aanpak loont, zeker bij complexe dossiers zoals de fusie twee jaar geleden, waarbij ’t Veer uit Menen en Sowepo uit Poperinge samengingen tot Forena. “De gesprekken waren intens, met heel veel vergaderingen. Maar je kunt enkel iets bereiken door goede samenwerking. Niet door aan te vallen, dan krijg je een blokkage. Wel door proactief voorstellen te doen. Dat is iets waar we als SYNOVA enorm goed in zijn.” Het resultaat: een ecocheque van 240 euro voor elke werknemer. “Dat vond ik wel belangrijk, dat de mensen voor een stukje gecompenseerd werden. De lonen zijn al laag in een maatwerkbedrijf. Alles wat we extra kunnen krijgen, is meegenomen.”
Overschotjes
“Ik vind het jammer dat er vanuit de overheid nog niet meer wordt ingezet op sociale economie. Er zijn ontzettend veel langdurig werklozen die zonder uitkering vallen, maar die eigenlijk ook een arbeidsbeperking hebben. Het contingent (het maximaal aantal gesubsidieerde tewerkstellingsplaatsen voor doelgroepwerknemers, nvdr) is te laag en er is te weinig werk in de maatwerkbedrijven om deze mensen op te vangen. Als de overheid wil dat iedereen meer werkt en dat we aan 80% activiteitsgraad geraken, zal ze ook zelf een stuk moeten bijdragen.”
Over lonen is Lorenzo even direct. Doelgroepwerknemers – maatwerkers - verdienen 13 tot 13,50 euro per uur. “Als je de kranten erop naleest, hoor je altijd dat de laagste lonen die van de horeca en de poetsbedrijven zijn, zo’n 15 tot 16 euro. Maar hier heb je nog twee, drie euro minder, en daar wordt niet over gesproken! Mensen als wij werken ook wel degelijk. Maar we worden achteruitgezet.” En de maaltijdcheques: “Onze mensen zitten aan 4,55 euro. Het zijn net diegenen met een laag loon die de hoogste nood hebben. Een oproep aan de overheid: zorg voor een cao op paritair niveau, zodat alle doelgroepwerknemers recht hebben op een volwaardige maaltijdcheque.” Ook de VIA-akkoorden steken hem. “Wij vallen onder de Vlaamse non-profit, maar bij de VIA-akkoorden zijn wij altijd de groep die de overschotjes krijgt. Na corona was er plots veel budget voor woonzorgcentra en crèches. Voor de doelgroepwerknemers was er ‘nog een overschotje’: 75 euro ecocheques, pro rata. Voor mensen die niet voltijds werken, was dat 30, 40 euro. In vergelijking met de andere sectoren is dat quasi niets.”
Iemand kunnen helpen
“Het meeste voldoening haal ik uit het samenwerken met de collega’s en het gezamenlijk toewerken naar oplossingen. Dat je naar huis kunt gaan en zeggen: vandaag heb ik terug iemand kunnen helpen.” De doos pralines of koekjes die hij soms van collega’s toegestopt krijgt, zegt meer dan woorden. “Want, allez, waarover gaat het: een contract van tijdelijke duur kunnen laten omzetten naar onbepaalde duur, extra verlofdagen, ... Maar voor die mensen maakt het een enorm verschil. En dat gevoel dat je iemands dag goedgemaakt hebt of dat die persoon eindelijk uit de shit is, dat is het allerbelangrijkste in het leven.”
Wat hij voor zijn mensen hoopt? “Zoveel willen de doelgroepwerknemers niet. Het is niet dat er zo’n groot eisenpakket is. Voor velen is werkzekerheid het voornaamste. Zeker zijn van hun werk. Alle dagen hun job kunnen uitvoeren.” Hij kijkt even voor zich uit. “Dat zou al heel wat zijn.”