Wegwijs in de zorgsector | Jouw rechten in het Paritair Comité 330

Welkom in de grootste non-profitsector van het land. Omdat de regelgeving in de zorg complex is, helpt SYNOVA je graag op weg.

Wat is het Paritair Comité (PC) 330?

Het Paritair Comité 330 (Gezondheidsinrichtingen en -diensten) bepaalt de sectorale regels voor werknemers in de zorg- en zorgondersteunende diensten. Deze sector is er voor iedereen die werkt in:

  • privé-ziekenhuizen, 
  • ouderenzorg, 
  • thuisverpleging, 
  • revalidatiecentra, 
  • wijkgezondheidscentra
  • de diensten voor het bloed van het Rode Kruis, 
  • laboratoria, 
  • artsenpraktijken,
  • dentaaltechnische bedrijven
  • externe diensten voor preventie en bescherming op het werk,
  • ...

Wat doet dit Paritair Comité concreet voor u?

Dit Paritair Comité legt de sectorale regels vast die bepalen waar u als werknemer recht op hebt. Het gaat onder meer om afspraken over loon, arbeidsduur, verlof, vergoedingen, opleidingen en andere arbeidsvoorwaarden die aanvullend zijn op de algemene arbeidswetgeving

Hieronder vindt je een overzicht van de belangrijkste arbeids- en loonvoorwaarden voor werknemers die onder het Paritair Comité PC 330 Gezondheidsinrichtingen en -diensten vallen.

SYNOVA-kantoormedewerker aan het werk met een lid

Meer informatie nodig?

Onze teams heten u welkom en begeleiden u in onze secretariaten.

Contacteer ons

Bij SYNOVA non-profit geloven we niet in stilzitten, maar in actie en constructieve vooruitgang. Sluit je vandaag nog aan en bouw actief mee aan de zorg van morgen!

Gert VAN HEES

Sectorverantwoordelijke Non-Profit

Word lid van SYNOVA en versterk onze stem!

Meest gestelde vragen

Hoe vind ik mijn weg in deze sector?

Omdat de zorgsector deels federaal en deels regionaal (Vlaanderen, Brussel, Wallonië) gefinancierd wordt, gelden er niet overal dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden.

Vind jouw deelsector via jouw loonbrief:

  1. Kijk op je maandelijkse loonbrief of jouw jaarlijkse individuele rekening.
  2. Zoek naar het nummer "330" (vaak als "PC 330", "Nr 33000" of "330.00").
  3. De cijfers achter de punt (bijv. .01.10) bepalen jouw exacte deelsector.
  4. Staat er op onze webpagina een regiocode bij (zoals VL, BXL of W)? Dan gelden er specifieke regionale voorwaarden. Staat er geen letter? Dan is de regelgeving overal gelijk.

Gebruik de onderstaande tabel om de code van jouw sector op te zoeken:

HoofdsectorDeelsector / InstellingDetailcode
Federale gezondheidsinrichtingen en - diensten (33001)Privé-Ziekenhuizen (AZ, PZ en UZ)330.01.10
 Thuisverpleging330.01.30
 Autonome Revalidatiecentra330.01.41
 Centres de Revalidation (FR)330.01.42
 Wijkgezondheidscentra (NL)330.01.53
 Maisons Médicales (FR)330.01.54
 Diensten voor het Bloed (Rode Kruis)330.01.55
 Forensisch Psychiatrische Centra (FPC)330.04
Geregionaliseerde gezondheidsinrichtingen en - diensten (33001 - Vl/BXL/W)Categorale Ziekenhuizen330.01.10
 Psychiatrische verzorgingstehuizen330.01.10
 Ouderenzorg (Rusthuizen, RVT, Serviceflats, Dagcentra)330.01.20
 Autonome Revalidatiecentra (Regionaal)330.01.41
 Centres de Revalidation (FR - Regionaal)330.01.42
 Initiatieven voor Beschut Wonen (NL)330.01.51
 Initiatives d'habitations protégées (FR)330.01.52
Bicommunautaire gezondheidsinrichtingen en - diensten (33002)Bicommunautaire inrichtingen330.02
Dentaaltechnische bedrijven (33003)Dentaaltechnische bedrijven330.03
Overige diensten en instellingen (33004)Eerste-hulp / Onafhankelijk ziekenvervoer / Kabinetten (huisartsen, specialisten, kinesitherapeuten, tandartsen) / Medisch-pediatrische centra / Paramedische praktijken / Psychiatrische overlegplatforms / Polyklinieken / Palliatieve thuiszorg / Externe preventiediensten / Laboratoria / Medische controlediensten330.04

Weten in welke subsector je werkt zal je al een heel eind op weg helpen om te weten welke loon-en arbeidsvoorwaarden voor jou gelden.

Als je nog vragen hebt, aarzel dan niet om met onze medewerkers contact op te nemen in één van de SYNOVA-kantoren. Als het even kan vermeld je meteen ook best je subsector en de code van je sector.

Hoe weet ik hoeveel ik moet verdienen?

De sociale partners hebben de VZW IF-IC (Instituut voor Functieclassificatie) opgericht om een sectorspecifiek systeem van functieclassificatie te ontwikkelen voor de non-profitsectoren. 

Het doel was om functies op een objectieve manier te beschrijven, te vergelijken en te waarderen, en zo te komen tot meer harmonisatie en transparantie in de verloning over de deelsectoren van het PC 330 heen. 

In de IF-IC functieclassificatie wordt een functie ingedeeld op basis van haar inhoud en verantwoordelijkheden, waaraan vervolgens een looncategorie en een barema worden gekoppeld.

Het IF-IC-loonmodel werd reeds ingevoerd in de meeste deelsectoren van het PC 330. Sommige deelsectoren hebben echter nog hun eigen specifieke functieclassificatie en barema. 

Deelsectoren die werken met IF-IC

De federale én geregionaliseerde gezondheidsdiensten (code 330.01.xx) maken allemaal gebruik van dezelfde functieclassificatie en hetzelfde loonmodel.

IF-IC-functiewijzer Gezondheidszorg 

Actuele IF-IC barema’s in excell 

Actuele IF-IC barema's in PDF

Voor meer info over de CAO’s en andere relevante info kan je terecht op :

Deelsectoren die werken met een eigen functieclassificatie
 

Bicommunautaire gezondheidsinrichtingen en -diensten erkend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie 33002
33002BICO gezondheidsinrichtingen en dienstenFunctieclassificatieLoonschalen
Dentaaltechnische bedrijven 33003
33003Dentaaltechnische bedrijvenFunctieclassificatieLoonschalen
Overige diensten en instellingen 33004
33004Externe diensten voor bescherming en preventie op het werkFunctieclassificatieLoonschalen
33004Sectoren zonder specifieke CAO functieclassificatie (residuaire sector) (incl. serviceflats)FunctieclassificatieLoonschalen

Hoe controleer je of je correct wordt betaald?

Je loon hangt af van de deelsector, je functiecategorie en je anciënniteit. Controleer of de categorie op je loonbrief overeenstemt met je functie en of je loon minstens overeenkomt met het toepasselijke barema. Deeltijdse werknemers rekenen de voltijdse barema’s pro rata om.

Indien je toch nog met vragen zit, dan ben je steeds welkom in jouw SYNOVA-kantoor voor meer uitleg. We helpen je met plezier verder.

Hoeveel en hoe flexibel moet ik werken?

De algemene arbeidsduur bedraagt 38 uur per week voor alle werknemers van de sector.

Vaak worden deeltijdse contracten afgesloten. In dat geval moet elk contract minimum 13 uur per week bevatten. Elke prestatieperiode moet minstens 3 uur per dag duren.

In sommige deelsectoren moet om evidente redenen 24 uur op 24 personeel beschikbaar zijn om te zorgen voor de patiënten. Dit is o.m het geval in de ziekenhuizen en de ouderenzorg.

Daarom is het in deze subsectoren toegestaan dat de 38 uur gemiddeld wordt bereikt op 13 weken (trimester), waarbij men uurroosters kan hebben die tot 11 uur per dag gaan, maar waarbij niet meer dan 50 uur per week mag worden gewerkt. Deze grens van 50 uur per week mag worden overschreden op voorwaarde dat de 38 uur gemiddeld wordt bereikt op een periode van 4 weken.

Het overschrijden van de wekelijkse maximumgrens wordt echter beperkt door het feit dat tijdens een trimester het aantal meeruren hoe dan ook moet beperkt worden tot 143 uren.  Bij overschrijding, dient er onmiddellijk compensatierust worden toegekend.  Indien moet gepresteerd worden boven de grens van 143 meeruren, worden dit overuren, die aan 150% bezoldigd worden.

Alle uurroosters dienen vastgelegd te worden in het arbeidsreglement.

Word ik extra betaald als ik flexibel werk?

Ja, maar niet in elke subsector op dezelfde wijze. Hieronder kan je een schematisch overzicht vinden van de toeslagen voor onregelmatige prestaties.

SectorcodeDag prestaties op zaterdagDag prestaties op zon- en feestdagNacht prestaties zon- en feestdagNacht prestaties op zaterdag en weekdagenOnderbroken dienstenAvondprestaties  op weekdagen
330.01126 %56 %56 %35 %50 %20%
330.01226 %56 %56 %35 %50 %20%
330.012 serviceflats26 %56 %50 %35 %50 %nvt
330.01350 %56 %56 %35 %30 %20%
330.01426 %56 %56 %35 %50 %20%
330.01526 %56 %56 %35 %50 %20%
330.0226 %56 %50 %35 %50 %nvt
330.03nvtnvtnvtnvtnvtnvt
330.0420%20 %20 %20 %20 %nvt

Alle uren gepresteerd tussen 20u en 6u worden beschouwd als nachturen. Bovendien worden alle uren en uurdelen van een prestatie die middernacht overschrijdt beschouwd als nachturen, zelfs als de prestatie voor 20u begint of eindigt na 6u. De toeslag voor nachtprestaties bedraagt 35 % op weekdagen en zaterdag, en 56 % op zon- en feestdagen.

Een onderbroken dienst is een dienst welke minstens vier achtereenvolgende uren wordt onderbroken.  Deze toeslag geldt voor de prestaties, verricht zowel voor als na de onderbreking.  Voor een onderbroken dienst wordt een toeslag toegekend van 50%.

Een avondprestatie is een prestatie tussen 19u en 20u op een weekdag. De toeslag voor avondprestaties bedraagt 20%.

Voor prestaties verricht op zon- en feestdagen wordt een toeslag betaald van 56%.

De toeslagen worden berekend op het baremiek uurloon volgens de duur van de onregelmatige prestaties. De toeslagen zijn onderling niet cumuleerbaar.

De hoogste toeslag in functie van de geleverde onregelmatige prestaties is van toepassing.

De toeslagen voor onregelmatige prestaties zijn wel cumuleerbaar met de toeslagen voor overwerk.

Heb ik recht op een eindejaarspremie en/of een attractiviteitspremie?

In het paritair comité 330 bestaan verschillende afspraken m.b.t. de eindejaarpremie naargelang de sub sector waarin je werkt.

We geven hieronder de opbouw van deze verschillende systemen van eindejaarspremie weer.

Sommige bedragen zijn vaste bedragen, andere bedragen worden jaarlijks geïndexeerd en nog andere worden berekend als percentage van het jaarloon. Sinds de staatshervorming zijn daarenboven verschillende supplementaire bedragen afgesproken in Regionale sociale akkoorden, waarvan er sommige geïndexeerd worden en andere slechts éénmalig worden toegekend. Je moet de verschillende onderdelen samentellen om het juiste bedrag van de eindejaarspremie te kennen.

Naast de eindejaarspremie is er voor de staatshervorming eveneens een attractiviteitspremie toegekend aan verschillende sub sectoren. Deze attractiviteitspremie werd na de staatshervorming in de federale gezondheidsdiensten en de geregionaliseerde sectoren in Vlaanderen samengevoegd met de eindejaarspremie . In de Brusselse, Waalse en Duitstalige geregionaliseerde sectoren bestaat deze attractiviteitspremie nog als een aparte premie. Ook deze bedragen kan je hieronder terug vinden.

Naast sub sectoren met een eindejaarspremie en/of attractiviteitspremie zijn er ook sub sectoren waar pas recent een sectorale eindejaarspremie werd afgesproken (Dentaal technische bedrijven) en jammer genoeg is er nog geen sectorale regeling eindejaarspremie voor de residuaire sector. Het is wel mogelijk dat individuele bedrijven op ondernemingsniveau een eigen eindejaarspremie toekennen.

Je moet steeds in de CAO nagaan of je wel recht hebt op de volledige eindejaarspremie en of geen pro rata regel moet worden toegepast omdat je bv deeltijds werkt of niet de volledige referteperiode hebt gewerkt. Hierover kan je steeds meer info vinden in de CAO of kan je contact opnemen met jouw SYNOVA-kantoor.

okt/24EindejaarspremieAttractiviteitspremie
PC 330% jaarloon 

Vast

geïndexeerd

 

Toeslag

Geïndexeerd

(REG)

 Forfait

Eenmalige

Toeslag

2025

% jaarloon 

Vast

geïndexeerd

FED 33001
 
3,03 %+€1.752,09+nvt+nvt nvt+nvt
REG 33001
(VL)
3,03 %+€1.752,09 (*)+nvt+nvt nvt+nvt
REG 33001
(W)
2,50%+€440,38+€ 459,04+nvt 0,53%+€ 830,89
REG 33001
(D)
2,50%+€440,38+nvt+nvt 0,53%+€ 830,89
REG 33001 (BXL)2,50%+€ 440,38+

       

       nvt

 

+nvt 0,53%+€ 830,89
BI 33002 COCOM BXL2,50%+€480,0302+€ 348,51+€ 161,40€ 1396,28nvt+nvt
FR 33002 COCOF BXL2,50%+€480,0302+€ 423,1289+€ 210,40€ 2092,20nvt+nvt
33003nvt+€ 969+nvt+nvt nvt+nvt
33004nvt+nvt+nvt+nvt nvt+nvt

(*) Dit bedrag bestaat uit een twee delen, nl (deel 1) 1271,26 euro en (deel 2) 480,83 euro. Voor de referteperiode 2025 is het toegelaten dat de werkgever deel 2 ten laatste betaald in januari 2026.

Betekenis codes :

  • PC 330 : Gezondheidsinrichtingen en - diensten
  • FED 33001 : Federale gezondheidsinrichtingen en-diensten
  • REG 33001 (VL) : Geregionaliseerde gezondheidsinrichtingen en-diensten (VL)
  • REG 33001 (W) : Geregionaliseerde gezondheidsinrichtingen en-diensten (W)
  • REG 33001 (D) : Geregionaliseerde gezondheidsinrichtingen en - diensten (D)
  • REG 33001 (BXL) : Geregionaliseerde gezondheidsinrichtingen en-diensten (BXL)
  • BI 33002 COCOM BXL : Bicommunautaire gezondheidsinrichtingen en -diensten erkend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie COCOM BXL
  • FR 33002 COCOF BXL : Franstalige gezondheidsinrichtingen en -diensten erkend door de COCOF BXL
  • 33003 : Dentaaltechnische bedrijven
  • 33004 : Overige diensten en instellingen

Kan ik mijn eindejaarspremie omzetten in een fietsleasebudget?

Met ingang van 2024 is het voor werknemers mogelijkheid om hun eindejaarspremie (en attractiviteitspremie) om te zetten naar een fietsleasebudget. De regeling geldt uitsluitend voor werkgevers en werknemers binnen federale, regionale en Brusselse bicommunautaire gezondheidsdiensten. Uitzondering: artsen zijn uitgesloten, behalve zij die werkzaam zijn in wijkgezondheidscentra.

Let op: je werkgever moet een CAO opmaken en een fietspolicy opstellen. Indien je kiest voor een fietslease doe je via een bijlage aan je arbeidsovereenkomst afstand van je recht op het omgezette deel van de premie.

Het maximum fietsleasebudget werd vastgesteld op 12.688,15 euro voor een leasecontract van 3 jaar. Concreet kan per jaar maximaal 3.145,69 euro bruto eindejaarspremie (of 4229,38 euro inclusief 34,45% RSZ-werkgeversbijdrage) worden ingezet voor het fietsleasebudget.

Let op : Indien je bruto eindejaarspremie lager is dan dit bedrag , dan kan je je volledige eindejaarspremie omzetten in een fietsleasebudget. Heb je recht op een hogere eindejaarspremie dan kan je slechts het maximaal bedrag inzetten. Het resterende bedrag van de eindejaarspremie moet dan nog worden uitbetaald. 

Heb ik recht op verplaatsingsvergoedingen?

Alle werknemers van de sector hebben recht op vergoedingen voor woon-werkverkeer en dienstverplaatsingen.

Woon-werkverkeer met het openbaar vervoer wordt 100% terugbetaald.

Woon-werkverkeer met privé-gemotoriseerd vervoer wordt vanaf de vierde kilometer terugbetaald a rato van 80% van de tabel met NMBS tarieven. Woonwerkverkeer met de fiets wordt vanaf de eerste kilometer aan €0,37 per km terugbetaald.

Hoger omschreven regelingen zijn cumuleerbaar indien je verschillende vervoermiddelen gebruikt om je naar het werk te begeven.

Dienstverplaatsingen met een privé-gemotoriseerd vervoermiddel worden vergoed vanaf de eerste kilometer. Indien dit met de wagen gebeurt, krijg je €0,44761 per km (periode 01/07/2026 tem 30/06/2027). Dienstverplaatsingen met de fiets worden aan €0,37 per km vergoed.

Wat is precies de haard- of standplaatstoelage?

De haard – of standplaatstoelage wordt enkel voorzien in de sectoren met sectorcode 330.01 (330.011 tot 330.015). Deze toelage is niet van toepassing als je wordt betaald conform de IF-IC barema’s.

Een haardtoelage wordt toegekend :

  • aan het gehuwd of wettelijk samenwonend personeelslid, behalve wanneer de toelage aan hun echtgeno(o)t(e) of partner wordt toegekend.
  • aan de andere werknemers, die één of meer kinderen ten laste hebben voor wie ze kinderbijslag(en) ontvangen, behalve als zij samenwonen met een werknemer van het andere geslacht die de haardtoelage geniet.

Als beide partners werknemers zijn van eenzelfde instelling, wordt de haardtoelage toegekend aan degene die het laagste loon geniet. Bij gelijke jaarbedragen kunnen de partners met wederzijds akkoord bepalen wie van beiden begunstigde zal zijn van de haardtoelage.

Een standplaatstoelage wordt toegekend aan de werknemers die geen haardtoelage bekomen.

Het maandelijks bedrag van de haardtoelage of van de standplaatstoelage wordt vastgesteld als volgt  :

Maandlonen welke € 2.944 niet te boven gaan:

Haardtoelage: € 132,46

Standplaatstoelage: € 66,23

Maandlonen welke hoger zijn dan € 2.944 doch € 3.356,35 niet te boven gaan:

Haardtoelage: € 66,23

Standplaatstoelage: € 33,11

Maandlonen welke hoger zijn dan € 3.356,35

Haardtoelage: € 0

Standplaatstoelage: € 0

Wanneer - door het overschrijden van de hoger vermelde maandlonen en het daaraan gekoppelde verlies van de volledige of gehalveerde toelage - de bezoldiging zou dalen, wordt het verschil toegekend onder de vorm van een gedeeltelijke toelage.

De bedragen van de toelagen en de hoger vermelde grensbedragen zijn geactualiseerde cijfers, die gekoppeld zijn aan het indexcijfer.

Bij deeltijdse prestaties worden zowel de toelagen als de grensbedragen pro rata verrekend.

De haard – of standplaatstoelage wordt in maandelijkse schijven betaald, samen met het loon van de maand waarop zij betrekking heeft.

Bestaan er nog speciale premies waar ik recht op heb?

Voor sommige verpleegkundigen of diensthoofden in de federale gezondheidsdiensten (enkel sectorcodes 330.011/330.012/330.013) bestaan er speciale premiestelsels :

Premies voor verpleegkundigen met een bijzondere beroepsbekwaamheid (BBK) of bijzondere beroepstitel (BBT) (Niet van toepassing indien betaald conform de IF-IC barema's) :

Verpleegkundigen - in het bezit van een door de minister bij KB officiëel erkende bijzondere beroepsbekwaamheid of een bijzondere beroepstitel , en die daadwerkelijk tewerkgesteld zijn in een dienst, functie of zorgprogramma die deze extra scholing vereist - hebben recht op een jaarlijkse premie.

Deze premies - met betrekking tot de titels en bekwaamheden - bedragen :

  • jaarlijkse bijkomende bruto-premie van 1622,58 EUR (bedrag laatste indexering) voor verpleegkundigen met een bijzondere beroepsbekwaamheid in geriatrie, diabetologie, psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg en palliatieve zorgen.
  • jaarlijkse bijkomende bruto-premie van 4867,90 EUR (bedrag laatste indexering) voor verpleegkundigen met een bijzondere beroepstitel in intensieve zorg en spoedgevallenzorg, geriatrie, oncologie, pediatrie en neonatologie, psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg.

De premie wordt jaarlijks - in de maand september - betaald pro rata de arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte maanden van 1 september van het voorgaande jaar tot 31 augustus van het lopende jaar.

Functiecomplement diensthoofden (Niet van toepassing indien betaald conform de IF-IC barema's) :

Aan de hoofdverpleegkundigen, paramedische diensthoofden met de loonschalen 1.78, 1.78a, 1.78s en 1.80 evenals de verpleegkundigen (hoofd van dienst) en ermee gelijk te stellen paramedici diensthoofden en geklasseerd in de schalen 1.79 en 1.00, met een baremieke anciënniteit van 18 jaar of meer, wordt een bijkomend functiecomplement van 107,34 euro/maand toegekend (index 01/07/2026).

Heb ik recht op een specialisatiecomplement als gespecialiseerd verpleegkundige ? (Alleen van toepassing indien betaald conform de IF-IC barema's)

Na de invoering van de IFIC loonschalen heeft de Minister van Volksgezondheid een nieuw specialisatiecomplement uitgewerkt voor de erkende verpleegkundigen uit de ziekenhuizen en thuisverpleging. De verpleegkundigen die beschikken over een beroepsbekwaamheid of -titel, hebben sinds 2022 recht op een specialisatiecomplement als ze voldoen aan een aantal voorwaarden. Het complement wordt jaarlijks in de maand september uitbetaald. Het geïndexeerd bedrag 2026:

Bijzondere beroepsbekwaamheid (BBK): 995,52 EUR.

Bijzondere beroepstitel (BBT) 2.987,75 EUR.

Heb ik recht op vrijstelling van arbeidsprestaties op 45, 50 of 55 jaar?

Ja , maar alleen als je werkt in één van de subsectoren met sectorcode 330.01 (330.011 tot 330.015), en voldoet aan onderstaande voorwaarden.

Als je één van de volgende functies uitoefent, heb je ambtshalve recht op vrijstelling van arbeidsprestaties:

  • het verplegend personeel (inbegrepen de sociaal verpleegkundigen en ‘gradués en santé communautaires’);
  • het verzorgend personeel;
  • de ambulanciers van de spoeddiensten;
  • de laboratoriumtechnologen en –technici;
  • de technologen en technici medische beeldvorming;
  • de bedieners van medisch materiaal, o.a. het personeel tewerkgesteld in de -sterilisatiediensten, de apothekers en apotheekassistenten;
  • de medewerkers patiëntenvervoer;
  • de werknemers die morele, filosofische of godsdienstige bijstand verlenen;
  • de opvoeders en begeleidend personeel geïntegreerd in de zorgteams;
  • de logistieke medewerkers geïntegreerd in de zorgteams;
  • de maatschappelijk assistenten en psychologisch assistenten tewerkgesteld in de zorgteams of geïntegreerd in het therapeutisch programma;
  • de werknemers bedoeld in artikel 54-bis en artikel 54-ter van het K.B. nr 78;
  • de kinesitherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten, audiologen, diëtisten, psychologen, orthopedagogen en pedagogen, animatoren en alle andere personeelsleden tewerkgesteld in de zorgteams of geïntegreerd in het therapeutisch programma;
  • de diensthoofden en adjunct-diensthoofden die rechtstreeks bovenstaande personeelsgroepen omkaderen, genieten eveneens ambtshalve van de vrijstelling van arbeidsprestaties.

Indien je niet behoort tot één van hoger genoemde werknemers, maar indien je minimum 200 uren onregelmatige prestaties hebt verricht bij dezelfde werkgever gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de maand waarop je de leeftijd van 45, 50 en 55 jaar bereikt, wordt je gelijkgesteld.

De vrijstelling van arbeidsprestaties wordt als volgt toegekend :

  • 45 jaar: 96 uren per jaar,
  • 50 jaar: 192 uren per jaar,
  • 55 jaar: 288 uren per jaar.

De voltijdse werknemers die geen beroep kunnen doen op de vrijstelling van arbeidsprestaties zoals hierboven omschreven hebben jaarlijks recht op van :

  • 38 uren vrijstelling vanaf de leeftijd van 50 jaar;
  • 76 uren vrijstelling vanaf  de leeftijd van 52 jaar.
  • 152 uren vrijstelling vanaf de leeftijd van 55 jaar.

Wanneer je deeltijdse werkt wordt het aantal uren vrijstelling pro rata de arbeidstijd berekend.
De vrijstelling wordt toegekend in volle dagen. De vrijstelling wordt per kalendermaand genomen en op voorhand vastgelegd in het werkrooster.

Heb ik recht op verlof om dwingende redenen?

Je hebt inderdaad als werknemer van het PC 330 recht op verlof om dwingende redenen, ook wel eens sociaal of familiaal verlof genoemd. Dit verlof geeft je het recht gedurende 10 dagen onbetaald afwezig te zijn van je werk omdat je door omstandigheden gedwongen wordt beschikbaar te zijn voor een onverwachte gebeurtenis.

Voorbeelden van dwingende redenen zijn:

  1. ziekte, ongeval of hospitalisatie van de partner of een inwonend familielid.
  2. ziekte, ongeval of hospitalisatie van een inwonend of uitwonend (schoon)kind of (schoon)ouder.
  3. ernstige beschadiging van bezittingen (bijvoorbeeld schade aan je huis door brand, wind of water).
  4. het bevel tot verschijning in een rechtszitting indien je partij bent in het geschil.

De werknemers van de federale gezondheidsdiensten (de privé-ziekenhuizen ;de forensisch-psychiatrische centra; de federale revalidatiecentra; de thuisverpleging; de diensten voor het bloed van het Rode Kruis van België; de medisch-pediatrische centra; de wijkgezondheidscentra) hebben  jaarlijks recht op een betaling van 2 dagen van de 10 dagen verlof om dwingende redenen. Deze twee betaalde dagen kunnen wel niet aaneensluitend worden genomen en redenen voor opname moeten met de gepaste documenten kunnen worden bewezen.

SWT : Bestaat het brugpensioen nog in mijn sector?

De toegang tot het SWT of stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) is sinds 1 juli 2025 quasi afgeschaft.

Alleen het SWT om medische redenen werd verlengd tot 30 juni 2029. Dankzij deze cao kunnen ontslagen werknemer die minstens 58 jaar oud zijn, een beroepsloopbaan van 35 jaar kunnen bewijzen en erkend zijn als mindervalide of ernstige lichamelijke problemen hebben, beroep blijven doen op dit stelsel. De leeftijd van 58 jaar moet uiterlijk op 31 december 2025 én op het effectief einde van de arbeidsovereenkomst bereikt worden.

Verder is SWT alleen nog mogelijk onder specifieke voorwaarden in het geval een onderneming overgaat tot herstructurering of collectief ontslag.

Heb ik recht op tijdskrediet én een onderbrekingsvergoeding van de RVA, of niet?

Tijdskrediet geeft de werknemer het recht om hetzij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te onderbreken, hetzij zijn arbeidsprestaties te verminderen tot 4/5-tijds of tot halftijds.

De regering Michel 1 heeft zwaar ingegrepen  in de uitkeringen die de RVA betaalt voor tijdskrediet. Zo moet je steeds het onderscheid maken tussen de vraag : heb ik recht op tijdskrediet, en onder welke voorwaarden ? En de vraag : heb ik ook recht op een RVA vergoeding voor de compensatie van het loonverlies ? Dat laatste is niet meer altijd het geval.

De Vivaldi-regering besliste bij de begrotingsopmaak 2023-2024 om te besparen op de uitkeringen bij tijdskrediet en thematische verloven. De nieuwe maatregelen gaan in op 1 februari 2023. Opnieuw loopt het recht op tijdskrediet en het verkrijgen van een uitkering niet meer gelijk.

We geven hieronder een beknopt overzicht van de verschillende mogelijkheden om tijdskrediet op te nemen. Voor meer inlichtingen kan je terecht op de themapagina’s van tijdskrediet van de SYNOVA of neem contact op met jouw SYNOVA-kantoor

Voor elk van de hieronder beschreven stelsels bestaan er eveneens organisatorische regels die moeten vermijden dat de normale werking van de ondernemingen wordt verstoord. Je kan hierover meer informatie bekomen in jouw SYNOVA-kantoor.

Niet-gemotiveerd tijdskrediet :

Om diverse redenen is het tijdskrediet zonder motief sinds 1 april 2017 afgeschaft. Dat wil zeggen dat verlengingsaanvragen voor dit tijdskrediet dan ook niet meer mogelijk zullen zijn. Wanneer een werknemer nog in tijdskrediet zonder motief zit, zal hij hiervoor geen aanvraag tot verlenging meer kunnen indienen. Hij kan zijn oorspronkelijk aangevraagde periode wel nog vervolledigen.

Gemotiveerd tijdskrediet : Recht ja – Vergoeding RVA : ja (gedeeltelijk)

Wat het openen van de rechten qua tijd betreft : het gemotiveerd tijdskrediet geeft de werknemer met 24 maanden anciënniteit de mogelijkheid zijn arbeidsprestaties voltijds, halftijds of met 1/5e te onderbreken gedurende 36 maanden  voor het motief ‘opleiding’ , of gedurende 51 maanden voor de motieven : ‘zorg voor het kind jonger dan 8 jaar’ , ‘palliatieve verzorging’, ‘zwaar ziek kind of familielid’ of ‘gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar’. Opgelet: het recht op uitkeringen verschilt van deze bepalingen!

De werknemer moet zijn gemotiveerde aanvraag kunnen bewijzen.

Wijziging in het stelsel tijdskrediet met motief “zorg voor een kind jonger dan 8 jaar” :

Vanaf 1 februari 2023 is de leeftijd, duurtijd en anciënniteitsvoorwaarde voor tijdskrediet met ‘motief zorg voor het kind’ gewijzigd. Opgelet! Het betreft enkel een wijziging voor het toekennen van de uitkeringen voor de voltijdse onderbreking :

De leeftijd voor het toekennen van uitkeringen voor deze voltijdse onderbrekingen verlaagt van 8 naar 5 jaar.

De duurtijd van de uitkeringen is teruggebracht van 51 tot 48 maanden, ongeacht de vorm (1/5e, halftijds of voltijds). De beperking van de maximumduur tot 48 maanden geldt ook voor tijdskrediet voor andere zorgdoeleinden die vóór 01/02/2023 zijn ingegaan voor werknemers die op 1/02/2023 minder dan 30 maanden tijdskrediet voor zorgdoeleinden hebben opgenomen. Voor degenen die op die datum meer dan 30 maanden tijdskrediet hebben opgenomen: zij blijven profiteren van 51 maanden van dit tijdskrediet met betaling van uitkeringen.

Een andere verstrenging die vooral ten nadele van deeltijdse werknemers geldt, is de verstrenging van de tewerkstellingsvoorwaarde (tewerkstellingsbreuk), en dit voor het verkrijgen van uitkeringen voor alle vormen van tijdskrediet met motief :

Wie deeltijds tijdskrediet met motief wil opnemen met uitkering moet voortaan 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag voltijds tewerkgesteld zijn geweest.

Wie voltijds tijdskrediet met motief wil opnemen met uitkering moet voortaan :

12 maanden voltijds gewerkt hebben voorafgaand aan de aanvraag of

24 maanden deeltijds gewerkt hebben voorafgaand aan de aanvraag.

Voor het gemotiveerd tijdskrediet betaalt de RVA wel een vergoeding om het inkomensverlies te compenseren. De uitkeringen van de RVA zijn sinds 1 februari 2023 eveneens gewijzigd. Zo werden alle anciënniteitstoeslagen en leeftijdstoeslagen in de uitkeringsstelsels geschrapt, en dit voor alle vormen van tijdskrediet met motief aangevraagd na 31 januari 2023. De aangepaste uitkeringen kunnen geraadpleegd worden op de themapagina’s van tijdskrediet van SYNOVA.

Tijdskrediet eindeloopbaan (landingsbaan) :

Algemeen stelsel : Vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 60 jaar of ouder : Recht Ja – Vergoeding RVA : Ja

De vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 60 jaar of ouder, biedt aan personen die dat willen de kans om hun arbeidsritme te verminderen, naar het einde van hun loopbaan toe, door over te stappen, hetzij 4/5-tijds , hetzij halftijds (voor personen die minstens 3/4-tijds zijn tewerkgesteld).  Er is geen maximale duur voorzien.  In dit geval is een bedrijfsanciënniteit van 24 maanden vereist (of minder indien de partijen dit overeenkomen) en moet men een beroepsloopbaan van 25 jaar kunnen aantonen.

Instappen in dit algemeen systeem van tijdskrediet eindeloopbaan geeft wel recht op een RVA vergoeding om het inkomensverlies te compenseren.

Sectoraal stelsel tijdskrediet eindeloopbaan (landingsbaan): Vermindering van arbeidsprestaties voor werknemers van 55 jaar of ouder : Recht Ja – Vergoeding RVA : Ja

Tot 30 juni 2029 heeft het paritair comité 330 van de mogelijkheid gebruik gemaakt om de leeftijd die toegang geeft tot de onderbrekingsuitkeringen te verlagen tot 55 jaar voor de werknemers die zich in een van de volgende situaties bevinden:

  • ze zijn op de aanvangsdatum van hun vermindering van prestaties tewerkgesteld in een onderneming die is erkend als zijnde in herstructurering of in moeilijkheden;
  • op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever kunnen ze 35 jaar beroepsloopbaan als loontrekkende bewijzen, in de zin van de reglementering ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’;
  • op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever waren ze:
    • ofwel ten minste 5 jaar gedurende de 10 voorgaande jaren tewerkgesteld in een zwaar beroep;
    • ofwel ten minste 7 jaar gedurende de 15 voorgaande jaren tewerkgesteld in een zwaar beroep;
    • ofwel ten minste 20 jaar tewerkgesteld in een stelsel van nachtarbeid.

Onder ‘zwaar beroep’ wordt verstaan dat men heeft :

  • gewerkt heeft in ‘wisselende ploegen van 2 werknemers die zowel qua inhoud als qua omvang hetzelfde werk doen’,
  • ‘gewerkt hebben in uurrooster met onderbroken diensten waarbij de werknemer permanent werkt in dagprestaties waarvan de begintijd en de eindtijd minimum 11 uur uit elkaar liggen met een onderbreking van minstens 3 uur en minimumprestaties van 7 uur. Onder permanent verstaat men dat de onderbroken dienst de gewone arbeidsregeling van de werknemer vormt en dat hij niet occasioneel in een dergelijke dienst wordt tewerkgesteld,
  • gewerkt in een arbeidsregime met nachtprestaties.

Heb ik recht op een thematische verlof?

Elke werknemer heeft recht op het nemen van een thematische verlof. Hiermee wordt de werknemer bedoeld die zijn/haar loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreekt in het kader van :

palliatief verlof;

verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid;

ouderschapsverlof.

De werknemers, die één van deze thematische verloven opnemen, krijgen van de Federale Overheid een compenserende vergoeding in de vorm van een RVA-vergoeding met dien verstande dat alle anciënniteitstoeslagen en leeftijdstoeslagen in de uitkeringsstelsels zijn geschrapt, en dit voor alle vormen van thematische verloven aangevraagd na 31 januari 2023.

Heb ik recht op een aanmoedigingspremie van de Vlaamse overheid in geval van tijdskrediet, thematische verlof of landingsbaan?

Werk je in de privésector of de social profit sector? En neem je tijdskrediet, ouderschapsverlof, palliatief verlof, verlof voor medische bijstand of mantelzorgverlof op? Dan kan je onder bepaalde voorwaarden een aanmoedigingspremie krijgen. Dat is een aanvullende uitkering die je van de Vlaamse overheid krijgt, bovenop de onderbrekingsuitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Meer info over de de toekenningsregels en de aanvraag van de Vlaamse aanmoedigingspremies kan je hier vinden : https://www.vlaanderen.be/vlaamse-aanmoedigingspremie

Voor meer informatie kan je steeds terecht in je SYNOVA-secretariaat.

Heb ik recht op een syndicale premie?

Een degelijke vakbondswerking vergt een solidariteit onder de werknemers die zich uit in het aansluiten bij een vakbond. Enkel op deze manier worden uw individuele en collectieve belangen naar behoren ter harte genomen en verdedigd.

Uw aansluiting brengt met zich mee dat je maandelijks een vaste bijdrage overmaakt aan de SYNOVA.

Om je lidmaatschap bij SYNOVA goedkoper te kunnen maken, onderhandelden de vakbond in de sector van de gezondheidsinrichtingen en -diensten voor verschillende subsectoren een syndicale premie.

Zo bestaat er een sectoraal geregelde syndicale premie voor de subsectoren 330.01 (d.i. 330.011 tot 330.015) en 330.03. Helaas is dat nog niet het geval voor de subsectoren 330.02 en 330.04.

Om de premie te ontvangen krijg je een attest syndicale premie. Wanneer je dit attest volledig in vult en voldoet aan de voorwaarden, breng je dit binnen in je SYNOVA-secretariaat.. Wij zorgen dan voor de betaling. Mocht je twijfelen of je recht hebt of niet, aarzel dan niet de vraag te stellen aan je SYNOVA-secretariaat.

Heb ik recht op een aanvullend pensioen?

Ja, sinds 2006 wordt er voor werknemers in verschillende subsectoren van het paritair comité 330 een sectoraal aanvullend pensioen opgebouwd. Iedere rechthebbende werknemer krijgt jaarlijks een attest van het pensioenfonds met de stand van zijn pensioenspaarrekening.

In de loop van de jaren hebben we als SYNOVA er een punt van gemaakt om de bijdragen voor het aanvullend pensioen te verbeteren en om de rechthebbende subsectoren uit te breiden. Door de 6e staatshervorming, waarbij verschillende subsectoren naar de regio’s werden verschoven, werden echter opnieuw verschillen vastgesteld in de overheidsdotatie, waardoor er helaas een verschillende pensioenbijdrage is ontstaan naargelang het gewest waarin men is tewerkgesteld.

Hierna vind je een overzicht van de trimestriële/jaarbedragen die reeds gespaard zijn voor jouw subsector. Op de website van het pensioenfonds kan je heel wat nuttige informatie terugvinden : https://pensionfundsnonprofit.org/. Je vindt er ook een link naar de overheidssite waar je je pensioenrekeningen kan raadplegen.

JaarFederale gezondheidsdiensten :
-Privé-Ziekenhuizen,
-Thuisverpleging,
-Federale Revalidatiecentra,
-Wijkgezondheidscentra,
-Belgische Rode Kruis (Bloed)
Residuaire sectorGeregionaliseerde sectoren :
-Categorale ziekenhuizen,
-PVT,
-Ouderenzorg,
-Revalidatiecentra,
-Initiatieven Beschut Wonen
 PC 330.01PC 330.04VlaanderenBrusselWallonië
2006€ 7/€ 28NVT€ 7/€ 28€ 7/€ 28€ 7/€ 28
2007€ 7/€ 28NVT€ 7/€ 28€ 7/€ 28€ 7/€ 28
2008€ 7/€ 28NVT€ 7/€ 28€ 7/€ 28€ 7/€ 28
2009€ 7/€ 28NVT€ 7/€ 28€ 7/€ 28€ 7/€ 28
2010€ 7/€ 28NVT€ 7/€ 28€ 7/€ 28€ 7/€ 28
2011€ 7/€ 28NVT€ 7/€ 28€ 7/€ 28€ 7/€ 28
2012€ 11,25/€ 45NVT€ 11,25/€ 45€ 11,25/€ 45€ 11,25/€ 45
2013€ 11,25/€ 45NVT€ 11,25/€ 45€ 11,25/€ 45€ 11,25/€ 45
2014€ 10/€ 40NVT€ 10/€ 40€ 10/€ 40€ 10/€ 40
2015€ 10/€ 40NVT€ 10/€ 40€ 10/€ 40€ 10/€ 40
2016€ 10/€ 40NVT€ 10/€ 40€ 10/€ 40€ 10/€ 40
2017€ 40 / € 160NVT€ 10 / € 40€ 10 / € 40€ 10 / € 40
2018€ 40 / € 160€ 30 / € 120€ 20 / € 80€ 10 / € 40€ 10 / € 40
2019€ 28 / € 112€ 16 / € 64€ 37,5 / € 150 (*)€ 6,5 / € 26€ 10 / € 40
2020€ 28 / € 112€ 28 / € 112€ 45 / € 180€ 6,5 / € 26€ 10 / € 40
2021€ 25 / € 100€ 25 / € 100€ 45 / € 180€ 6,5 / € 26€ 10 / € 40
2022€ 17/ € 68€ 17/ € 68€ 26 / € 104€ 5,5 / € 22€ 5,5 / € 22
2023€ 26/€ 104€ 26/€ 104€ 50/€ 200€ 8/€ 32€ 8/€ 32
2024€ 26/€ 104€ 26/€ 104€ 50/€ 200€ 8/€ 32€ 8/€ 32
2025€ 28/€ 112€ 28/€ 112€ 52/€ 208€ 9/€ 36€ 9/€ 36

(*) € 26,3/T1-4 + € 22,4/T3-4

Heb je nog een vraag over je aanvullend pensioen? Je kan steeds terecht in je ACLVB-secretariaat.

Hoe kan ik mee bouwen aan het sociaal overleg in mijn bedrijf én in de sector?

Bedrijven met meer dan 50 werknemers moeten een Comité voor preventie en bescherming op het werk oprichten.

Bedrijven met meer dan 100 werknemers moeten een ondernemingsraad oprichten.

Door u als SYNOVA lid kandidaat te stellen voor de sociale verkiezingen kan u verkozen worden, en op die manier u inbreng doen in het sociaal overleg.

De sociale verkiezingen worden om de vier jaar georganiseerd.

Wat als ik wil onderhandelen met mijn werkgever om mijn loon-en arbeidsvoorwaarden te verbeteren?

Dit kan altijd individueel, maar samen sta je sterker.

Er bestaat de mogelijkheid om, via SYNOVA, met de werkgever in dialoog te treden door een syndicale afvaardiging op te richten op ondernemingsvlak.

Voor alle instellingen uit de sector kan de oprichting van een syndicale afvaardiging vanaf 50 werknemers. Voor de subsectoren 330.01 (330.011 tot 330.015) kan de oprichting al gevraagd worden vanaf 20 werknemers.

Deze syndicale delegatie wordt dan bevoegd om collectieve arbeidsovereenkomsten voor de werknemers te onderhandelen in je instelling. Een syndicaal afgevaardigde is het gezicht van de vakbond in de instelling.

Als afgevaardigde geniet je een bescherming en heb je faciliteiten om je syndicaal werk te doen en om je bij te scholen. De SYNOVA biedt een ruime waaier van vormingen aan voor zijn afgevaardigden.

Voelt u zich geroepen om zulk een initiatief te nemen, en voelt u zich gesteund door uw collega’s, aarzel dan niet om contact op te nemen met de SYNOVA bestendig secretaris in uw regio.

Voor de grootste deelsectoren heeft SYNOVA non-profit de collectieve arbeidsovereenkomsten gebundeld.

Sociale Fondsen PC 330

FeBi

Word lid van SYNOVA