Nieuw rapport CRB bevestigt: het is eindelijk tijd voor reële loonstijgingen
Maar ... hervorming loonnormwet blijft noodzakelijk
De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) heeft onder toeziend oog van de ACLVB het jaarlijkse technisch verslag over de maximaal beschikbare loonmarge gepubliceerd. Het gaat om een tussentijds verslag, in afwachting van het verslag van volgend jaar dat de maximaal beschikbare loonmarge voor 2027-2028 zal vastleggen. Het rapport bevat nog geen vooruitzichten voor 2027-2028, maar de tendens is duidelijk: de overdreven lange periode zonder loonmarge, heeft ervoor gezorgd dat België een sterke loonvoorsprong heeft opgebouwd ten aanzien van de buurlanden. Tijdens de periode 2025-2026 groeien de lonen in de buurlanden maar liefst 2,8 procentpunt sneller dan in België.
De officiële loonkloof ten aanzien van de drie buurlanden (Duitsland, Frankrijk en Nederland) zou daardoor uitkomen op -1,1 % in het voordeel van België eind 2026, een duidelijke loonvoorsprong voor België dus. Het is dat cijfer dat als basis zal dienen voor de loonmarge voor 2027-2028. Hoewel de uiteindelijke marge nog afhankelijk zal zijn van de loonvooruitzichten in de buurlanden en de indexeringsvooruitzichten in België, is het nu al duidelijk dat het eindelijk terug tijd is voor sterke reële loonstijgingen!
Mythe van de historische loonhandicap
De officiële loonkloof mag volgens de loonnormwet geen rekening houden met de lastenverlagingen die in het kader van de tax shift werden toegekend. De eigenlijke loonkloof sinds 1996 ligt 1,6 procentpunt lager als de tax shift wel correct wordt meegerekend. We hebben dus eigenlijk zelfs een loonvoorsprong van 2,7 % ten aanzien van de buurlanden i.p.v. 1,1 %. En hier zijn zelfs de vele loonsubsidies nog niet bijgerekend.
Daarnaast dreigt een andere problematische passage in de loonnormwet die insinueert dat er nog een “historische loonhandicap” zou bestaan ervoor te zorgen dat we de loonvoorsprong van 1,1 % niet volledig mogen toevoegen aan de loonmarge voor 2027-2028. Wij ontkennen echter het bestaan van die historische loonhandicap. Een bijkomend rapport dat door de CRB gepubliceerd wordt, illustreert bovendien dat de bruto winstmarges van de Belgische ondernemingen zich met 44 % op een historisch hoog niveau situeren en duidelijk hoger zijn dan in elk van de drie buurlanden. En ook de netto rentabiliteit is de laatste 10 jaar met 25 % toegenomen.
Hervorming van de loonnormwet noodzakelijk
Deze elementen illustreren duidelijk dat het dringend tijd is voor een hervorming van de loonnormwet. Het regeerakkoord voorzag een opdracht aan de sociale partners om een advies af te leveren eind '26 rond de hervorming van zowel de loonnormwet als het systeem van de automatische indexering. Als ACLVB benaderden we deze adviesvraag constructief, tot de regering eenzijdig besliste om de centenindex in te voeren. Alleen het afschaffen van deze centenindex na de eerste fase kan de onderhandelingen nog de nodige ademruimte geven. Veel werkgevers zijn hier vragende partij voor, wij vragen dat de Arizonaregering de tweede fase niet uitvoert en het sociaal overleg over de hervorming van de loonvorming alsnog een eerlijke kans geeft.
Naast een hervorming van de loonnormwet, vraagt de ACLVB dat er ook ruimte wordt gecreëerd om de maaltijdcheques nogmaals met € 2 te verhogen in 2027, zoals voorzien in het regeerakkoord. Deze verhoging is noodzakelijk om de gestegen voedingsprijzen (meer dan + 40 %) sinds de laatste verhoging naar € 8 in 2016 te compenseren. Een verhoging naar maximum € 10 vanaf 2026 is een eerste noodzakelijke stap, maar volstaat dus niet. De ACLVB zal niet nalaten om de regering aan haar beloftes te herinneren.