Dienstencheques: eerst het systeem hervormen, dan praten over de prijs
Tijdens de Vlaamse begrotingsonderhandelingen ligt opnieuw een verhoging van de prijs van de dienstencheques op tafel. Voor de vakbonden wordt daarmee het verkeerde debat gevoerd. De echte uitdaging is niet hoeveel euro's een dienstencheque meer of minder moet kosten, maar hoe we ervoor zorgen dat het systeem leidt tot kwalitatieve en goedbetaalde jobs voor 90.000 huishoudhulpen. Een jaar geleden werd tussen de sociale partners en de minister afgesproken om een andere subsidiëring van de sector te onderzoeken. Het is tijd om dat debat te voeren vooraleer een prijsverhoging aan de orde kan zijn.
In 2025 werd nog een prijsverhoging van 1 euro ingevoerd die omgezet werd naar een loonsverhoging van 77 cent voor de huishoudhulpen. Die loonsverhoging kwam tot stand na overleg met de sociale partners in de sector en werd uiteindelijk gelijk toegepast in alle regio’s van het land. Een goed overlegde prijsverhoging is dus niet per definitie slecht, maar het mag geen ondoordachte maatregel zijn die enkel dient om begrotingsdoelstellingen te halen. Die vorige prijsverhoging, gecombineerd met het verdwijnen van de fiscale aftrek, verhoogde de reële kost voor gebruikers al fors. Volgens de RSZ daalde de tewerkstelling sindsdien met 2,2%. Plotse prijsschokken dreigen klanten ertoe aan te zetten minder uren te gebruiken, met minder jobs en een hogere werkdruk als gevolg.
De impact van die vorige prijsverhoging werd ook deels beperkt door de lange wachtlijsten enerzijds en anderzijds het feit dat klanten bereid waren meer te betalen omdat het ten goede kwam van hun huishoudhulp. Een nieuwe verhoging die zo kort op de vorige volgt, dreigt een nog grotere impact te hebben.
Tegelijk moet de Vlaamse Regering ingrijpen in de bijkomende kosten die dienstencheque-ondernemingen zelf aan hun klanten aanrekenen. Het kan niet dat de overheid de prijs van een dienstencheque reguleert, terwijl ondernemingen via administratie-, dossier- en andere kosten de werkelijke prijs verder kunnen verhogen. Daar zit vandaag een van de echte ontsporingen van het systeem.
Publieke middelen moeten veel sterker gekoppeld worden aan de kwaliteit van de tewerkstelling. Huishoudhulpen verdienen betere lonen, voldoende opleiding en begeleiding, meer omkadering, doorstroommogelijkheden, en werkbare loopbanen. De subsidiëring van dienstencheque-ondernemingen moet ondernemingen stimuleren én verplichten om daarin te investeren.
De vakbonden roepen de Vlaamse Regering op om vooraleer te beslissen over een prijsverhoging met hen in overleg te gaan over een grondige hervorming van het systeem. “Vereng de discussie niet tot de prijs van een dienstencheque. Zorg ervoor dat publieke middelen terechtkomen waar ze horen: bij kwalitatieve, werkbare en beter betaalde jobs voor huishoudhulpen. Hervorm eerst het systeem, en praat dan over de prijs.”