Vraag & antwoord | GPS, dashcam en controle van vrachtwagenchauffeurs
Steeds meer transportbedrijven gebruiken digitale systemen in hun vrachtwagens.
GPS, track & trace, dashcams en systemen die het rijgedrag meten, worden steeds vaker gebruikt. Soms wordt ook artificiële intelligentie (AI) ingezet. Die kan bijvoorbeeld snelheid, remmen, bochten of afleiding analyseren.
Maar wat doet zo'n systeem precies? Wat moet je als afgevaardigde weten? En kan een werkgever zo'n systeem zomaar invoeren?
1. Wat moet je weten?
GPS: meer dan alleen de locatie van de vrachtwagen
GPS kan tonen waar een vrachtwagen zich bevindt. Maar de gegevens kunnen ook gekoppeld worden aan een chauffeur.
Dan kan het systeem bijvoorbeeld tonen:
- waar de chauffeur rijdt;
- wanneer de vrachtwagen ergens stopt;
- hoe lang een rit duurt;
- welke route wordt gevolgd.
De werkgever moet duidelijk kunnen uitleggen waarom het systeem wordt gebruikt en wat er met de gegevens gebeurt.
Vraag ook:
- Hoe vaak wordt de locatie geregistreerd?
- Wie kan de gegevens bekijken? Hoe lang worden ze bewaard?
- Wordt de chauffeur gevolgd tijdens pauzes, woon-werkverkeer of buiten de arbeidstijd? Kan de tracking dan worden uitgeschakeld?
Rijgedrag: wat wordt er precies gemeten?
Sommige systemen gaan verder dan GPS.
Ze meten bijvoorbeeld: snelheid, rembewegingen, optrekken, bochten, volgafstand, gsm-gebruik, vermoeidheid,…
Als die gegevens aan een individuele chauffeur worden gekoppeld, wordt het systeem ook een middel om het rijgedrag van die chauffeur te beoordelen.
Dan is het belangrijk om te weten wat er met die informatie gebeurt.
Dashcam: wat filmt de camera?
Een dashcam kan alleen de weg filmen. Maar een camera kan ook de chauffeur filmen of zijn gedrag analyseren.
Vraag daarom:
- Wat filmt de camera?
- Wanneer werkt de camera?
- Worden beelden bewaard?
- Hoe lang blijven ze bewaard?
- Wie kan de beelden bekijken?
- Waarvoor worden de beelden gebruikt?
AI: krijgt elke chauffeur een score?
AI kan bijvoorbeeld afleiding, gsm-gebruik of vermoeidheid herkennen. Het systeem kan ook het rijgedrag analyseren en een score geven.
Vraag dan:
- Wat analyseert de AI?
- Krijgt elke chauffeur een persoonlijke score?
- Wie kan die score bekijken?
- Hoe lang wordt die score bijgehouden?
- Kan de score gevolgen hebben voor de chauffeur?
- Kan de chauffeur de gegevens, analyse en score controleren of betwisten?
- Is er altijd een menselijke beoordeling voordat er een beslissing wordt genomen?
Een systeem dat chauffeurs coacht, is niet hetzelfde als een systeem dat chauffeurs voortdurend beoordeelt of controleert.
2. Welke vragen stel je als afgevaardigde?
Voor de werkgever een nieuw systeem invoert, moet je als afgevaardigde eerst weten hoe het systeem wordt gebruikt en welke gevolgen het heeft voor de werknemers.
Gebruik deze checklist.
Wat is het doel?
Vraag waarom wordt het systeem ingevoerd?
- Gaat het bijvoorbeeld om veiligheid, diefstalpreventie, coaching, een betere organisatie van het werk, controle van het rijgedrag,… of iets anders?
- Worden de gegevens alleen gebruikt voor het doel waarvoor ze werden verzameld?
Welke gegevens worden verzameld?
Vraag wat het systeem precies registreert?
Bijvoorbeeld: locatie, snelheid, rijgedrag, gsm-gebruik, vermoeidheid, camerabeelden, een persoonlijke score,…
Wie kan de gegevens bekijken?
Vraag wie heeft toegang?
- Kan de werkgever alle gegevens bekijken?
- Kan een externe firma de gegevens bekijken?
- Worden de gegevens doorgegeven aan anderen?
Wat is de rechtsgrond voor de verwerking van deze persoonsgegevens?
De verwerking van persoonsgegevens moet een rechtsgrond hebben volgens de AVG (GDPR).
- Welke rechtsgrond gebruikt de werkgever?
- Werd de chauffeur hierover geïnformeerd?
Hoe lang worden de gegevens bewaard?
Vraag altijd naar de concrete termijn.
“We bewaren de gegevens” is niet genoeg. Vraag hoe lang precies en waarom.
Kunnen de gegevens gevolgen hebben voor de chauffeur?
Dit is een belangrijke vraag.
Kunnen de gegevens worden gebruikt voor:
- coaching;
- een waarschuwing;
- een evaluatie;
- een sanctie;
- een ontslag?
Vraag dit zeker vooraf.
Worden chauffeurs individueel beoordeeld?
Krijgt elke chauffeur bijvoorbeeld een score?
- Wordt die score bijgehouden?
- En wat gebeurt er met die score?
Werden de werknemersvertegenwoordigers vooraf geïnformeerd?
Vraag of de vakbondsafvaardiging vooraf werd geïnformeerd?
- Werd het CPBW geïnformeerd? Is er een ondernemingsraad?
- Werd het systeem daar besproken?
- Wanneer werd de informatie gegeven?
- Was het systeem toen al geïnstalleerd of actief?
Bij cameratoezicht op de werkplek kan CAO nr. 68 van toepassing zijn. Deze CAO kan bijkomende informatie- en overlegverplichtingen meebrengen.
CAO nr. 39 kan ook van toepassing zijn wanneer een onderneming een nieuwe technologie invoert die gevolgen kan hebben voor de werknemers. In ondernemingen met minstens 50 werknemers zorgt deze CAO voor informatie en overleg over onder meer de werkorganisatie, arbeidsvoorwaarden, gezondheid en veiligheid en opleiding.
Is er een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) uitgevoerd?
Een DPIA is een beoordeling van de risico’s voor de privacy van werknemers.
Bij sommige systemen moet de werkgever vooraf onderzoeken welke risico's het systeem voor de privacy van werknemers kan veroorzaken.
Vraag daarom of zo’n onderzoek werd uitgevoerd?
En: wat waren de belangrijkste conclusies?
3. Wat doe je met de antwoorden?
De antwoorden op deze vragen geven je een eerste beeld.
Maar ze betekenen niet automatisch dat het systeem mag worden ingevoerd.
De werkgever moet onder meer kunnen uitleggen:
- waarom het systeem nodig is;
- wat precies wordt gemeten;
- wie de gegevens kan bekijken;
- hoe lang de gegevens worden bewaard;
- waarvoor de gegevens mogen worden gebruikt;
- of chauffeurs buiten de werkuren worden gevolgd;
- of de gegevens gevolgen kunnen hebben voor chauffeurs;
- en of de werknemersvertegenwoordigers vooraf werden geïnformeerd en geraadpleegd.
Ook de manier waarop het systeem wordt gebruikt, is belangrijk.
Een systeem dat bedoeld is om chauffeurs te coachen, is iets anders dan een systeem waarmee chauffeurs voortdurend worden beoordeeld of gecontroleerd.
Een dashcam die alleen de weg filmt, is ook iets anders dan een camera die de chauffeur filmt en zijn gedrag analyseert.
De technologie op zich bepaalt dus niet alles. Ook het gebruik ervan in het bedrijf is belangrijk.
Wat als de leverancier zegt dat alles wettelijk in orde is?
Vraag dan verder.
Dat een leverancier zegt dat zijn systeem aan de regels voldoet, betekent niet automatisch dat de manier waarop het systeem in jullie bedrijf wordt gebruikt ook in orde is.
Vraag daarom niet alleen:
“Is het systeem wettelijk?”
Maar vooral:
“Hoe wordt het systeem bij ons gebruikt?”
Twijfel je over de invoering?
Als er onduidelijkheden zijn of als je vragen hebt bij het gebruik van het systeem, bespreek dit dan zeker met je SYNOVA-secretaris. Zo kan je samen bekijken welke regels van toepassing zijn en of bijkomend overleg nodig is.
“Nieuwe technologie kan nuttig zijn. Maar duidelijkheid over het gebruik ervan is minstens zo belangrijk.”
“SYNOVA Transportbarometer” - Jouw stem voor trends en uitdagingen in de sector.