Sociaal overleg wegvervoer: fraude blijft lonen
Meer controles op komst, maar aanpak van hele keten blijft uit
“Zolang fraude een berekend risico is, blijft ze bestaan.” Dat was de duidelijke boodschap tijdens de evaluatie van het Plan voor Eerlijke Concurrentie (PEC) voor de transportsector. Ondanks dat meer dan 80% van de geplande acties intussen in uitvoering is, merken sociale partners dat de realiteit op het terrein nauwelijks verandert.
Sector onder druk
Transportbedrijven kampen met stijgende kosten, dure brandstof en keiharde concurrentie. Daarbovenop blijft sociale dumping woekeren. Bedrijven die correct werken, zien hoe concurrenten de regels aan hun laars lappen en zo de prijzen verder naar beneden trekken. “Correct werken wordt onbetaalbaar als anderen het niet hoeven te doen,” klonk het tijdens het overleg.
Bekende fraude in nieuwe gedaante
De klassieke vormen van sociale fraude blijven bestaan:
- buitenlandse constructies met goedkopere arbeidsvoorwaarden
- schijnzelfstandigheid
- overtredingen van rij- en rusttijden
- onvolledige aangifte van lonen en werkuren
Vooral in internationale ketens en onderaanneming zijn controles moeilijk. Tegelijk verschuift de fraude naar bestelwagens, pakketbezorging en digitale platformen, waar toezicht nog zwakker is.
Meer controles, maar onvoldoende afschrikking
De overheid plant extra inspecties en betere samenwerking tussen diensten, onder meer via het Europees Mobiliteitspakket en het ERRU‑register.
Toch blijft kritiek overeind:
- Boetes worden ingecalculeerd als bedrijfsrisico.
- Chauffeurs betalen de prijs, terwijl de verantwoordelijkheid hoger in de keten ligt.
Sancties missen dus hun doel. Zolang de opdrachtgevers - die de prijzen en voorwaarden bepalen - buiten schot blijven, blijft fraude aantrekkelijk.
Druk op eerlijke prijzen
Een centraal discussiepunt was de problematiek van onrealistisch lage transportprijzen. Transporteurs worden gedwongen te werken onder de kostprijs om opdrachten niet te verliezen. Zowel vakbonden als werkgevers pleiten voor een meldpunt en richtprijzen om dumping tegen te gaan. De praktijk blijkt echter complex, en de wetgeving ontoereikend.
Ook binnen de FOD Mobiliteit klinkt de roep om hervorming, zodat de regels rond “ongeoorloofd lage prijzen” controleerbaar worden - idealiter ook voor de opdrachtgevende partijen.
Nieuwe aandachtspunten
Het overleg bevestigde de prioriteiten voor de komende jaren:
- uitbreiding van de vergunningsplicht voor lichte vrachtwagens
- betere toegang tot databanken zoals Tachonet en ERRU
- evenwicht tussen weg‑ en zetelcontroles
- snellere inning van boetes bij echte verantwoordelijken
- gerichte controles op buitenlandse ondernemingen en platformwerk
Rol van afgevaardigden is cruciaal
Vakbondsafgevaardigden blijven de eerste waakhond tegen misbruik. Zij signaleren dagelijkse inbreuken die inspecties niet altijd zien. De sociale partners vragen dat hun meldingen sneller worden opgevolgd en beter teruggekoppeld worden door de inspectiediensten.
Conclusie
De PEC‑evaluatie toont vooruitgang, maar ook frustratie: de sector ziet inspanningen, maar wacht op echte resultaten.
Zolang fraude een berekend risico is, blijft ze bestaan. Zolang alleen chauffeurs worden geviseerd, en niet de opdrachtgevers, verandert er te weinig.
ACLVB vraagt om corrigerende maatregelen
De ACLVB wijst erop dat sociale fraude niet alleen met boetes kan worden aangepakt. In een apart opiniestuk pleiten we voor een aanpak die de hele keten in beeld brengt, de verantwoordelijkheid bij de juiste partijen legt en correct gedrag ook echt beloont.
Lees meer: Sociale fraude bestrijd je niet alleen met boetes
ACLVB Transportbarometer – Jouw stem over trends en uitdagingen in de sector!