Vakbonden vragen afschaffing jaarplafond fietsvergoeding
De federale regering is onder leiding van minister Crucke bezig met het ontwikkelen van een nieuwe versie van het plan “Be Cyclist”, het actieplan van de federale regering ter promotie van de fiets, voor de periode 2025-2029. De sociale partners in de CRB en NAR zijn hierover ook om advies gevraagd. Het advies van CRB en NAR over het Be Cyclist-plan werd gepubliceerd op 4 november. Hoewel wij als vakbonden de elementen in dit advies zeker ondersteunen, ontbreekt het aan één belangrijke maatregel in het advies en de plannen van de regering.
Wat is het jaarplafond op de fietsvergoeding?
Dit heeft betrekking op het fiscaal en parafiscaal vrijgesteld jaarplafondbedrag voor de fietsvergoeding. Sinds 1 januari 2024 geldt er een fiscaal en parafiscaal vrijgesteld jaarplafondbedrag voor de fietsvergoeding, dat voor 2026 € 3.690 bedraagt. Wij vragen met aandrang om dit fiscaal en parafiscaal plafond af te schaffen in het kader van maatregelen ter promotie van het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer.
Waarom bestraft dit plafond de meest gemotiveerde fietsers?
Voor geen enkel ander vervoermiddel dan de fiets wordt de vergoeding voor het woon-werkverkeer vanaf een bepaald plafond onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen. Daardoor wordt het signaal gegeven dat het gebruik van de fiets in het kader van het woon-werkverkeer best beperkt wordt, terwijl de fiets net een modus is waarvan het gebruik zonder beperkingen dient te worden bevorderd met het oog op de realisatie van een duurzame modal shift.
Door het fiscaal plafond worden werknemers die lange(re) afstanden met de fiets afleggen, er fiscaal toe gestimuleerd om – wanneer ze het plafond bereikt hebben - te stoppen met fietsen en over te schakelen op de auto, waardoor zowel de maatschappelijke én fiscale kosten voor de overheid veel hoger liggen. Werknemers die in hun belastingaangifte voor de toepassing van de forfaitaire aftrek van hun beroepskosten kiezen, kunnen voor het bedrag dat het jaarplafond overschrijdt, immers ook een beroep doen op de fiscale vrijstelling van maximum 500 euro/jaar voor woon-werkverplaatsingen met de wagen.
Werknemers die niet stoppen met fietsen wanneer ze het plafond hebben bereikt en dus een voorbeeldgedrag vertonen op het vlak van duurzame mobiliteit in het kader van het woon-werkverkeer, daarentegen, worden financieel afgestraft: zij zullen immers belastingen en socialezekerheidsbijdragen moeten betalen op het deel van de ontvangen fietsvergoedingen dat het plafond overschrijdt.
Bovendien kan dit fiscaal en parafiscaal plafondbedrag er ook voor zorgen dat werknemers die overwegen om langere afstanden te overbruggen met de fiets, en dus veel kilometers op jaarbasis af te leggen, ervan weerhouden worden om dit te doen gezien de plafonnering van de fietsvergoeding waar zij fiscaal en parafiscaal vrijgesteld recht op zouden hebben. In het bijzonder voor langere afstanden en frequente verplaatsingen, is er ook nood aan kwalitatief en dus duur materiaal. Een speed pedelec kost bijvoorbeeld al snel € 8.000 of meer, met nog dure kledij, een helm ed. meer die aanvullend moeten aangekocht worden. Ook de kosten voor onderhoud lopen bij een hoog aantal kilometers door weer en wind hoog op.
De fiscale opbrengst is verwaarloosbaar
Er dient ook duidelijk gemaakt te worden dat de fiscale en parafiscale opbrengsten verwaarloosbaar zijn. Zoals in het verslag van de Raden wordt vermeld, blijkt uit cijfers van de FOD Financiën dat er in 2024 slechts 1.958 werknemers het fiscaal plafond overschreden hebben, met een bedrag van in totaal 1,54 miljoen euro waarmee het plafond overschreden wordt. Dit impliceert dat de totale fiscale en parafiscale opbrengsten van dit plafond minder dan 1 miljoen euro bedragen. Maar ondertussen zijn er wel 1.958 werknemers die fiscaal onrechtvaardig behandeld worden omdat zij de moed hebben om door weer en wind tot 10.000 km op jaarbasis te fietsen.
Ten slotte toont dit laag aantal van slechts 1.958 werknemers die het plafond overschrijden ook aan dat een groter aandeel werknemers zal stoppen met naar het werk te fietsen vanaf een bepaald moment omdat zij in een periode waarin het weer slechter wordt het plafond dreigen te bereiken. De combinatie van het belasten van hun fietsvergoeding en slechter weer zorgt ervoor dat zij er vaak voor zullen kiezen om zich de rest van het kalenderjaar met een ander vervoersmiddel zoals de auto naar het werk verplaatsen. Dit draagt bij aan het versterken van de fileproblematiek in de maanden oktober, november en december. Indien de fietsvergoeding vrijgesteld blijft, zullen ze sneller overwegen om te blijven fietsen.
Wij hopen dan ook dat de federale regering alsnog beslist om in het kader van een nieuw actieplan “Be Cyclist” om het gebruik van de fiets te bevorderen dit onnodig jaarplafond te schrappen.
Vakbonden vragen: schrap het plafond nu
Als vakbonden en middenveldorganisaties willen wij het gebruik van de fiets op geen enkele manier benadelen. In het bijzonder niet bij werknemers die zo moedig zijn om enorme afstanden met de fiets af te leggen en daarmee een bovengemiddelde bijdrage te leveren aan de duurzame modal shift.